Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 4 april 2001
ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0136 · Gerechtshof Leeuwarden · 4 april 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2001-zj0136
Zaakgegevens
Op 4 april 2001 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 april 2001
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 00-00253
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0136
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 00/00253
4 april 2001
CJIB 31641403
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Groningen
van 24 juli 2000
betreffende
[naam]
(hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [plaatsnaam],
voor wie als gemachtigde optreedt [naam gemachtigde],
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[Naam gemachtigde] heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 18 januari 2001. Namens de betrokkene is verschenen [naam], directeur. Voorts is verschenen [gemachtigde]. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.G. Brontsema.
In zijn tussenarrest van 1 februari 2001 heeft het hof de advocaat-generaal opgedragen nadere informatie te vragen als in dat arrest omschreven. De advocaat-generaal heeft met een brief van 12 februari 2001 een proces-verbaal van aanvulling ingezonden. De gemachtigde van betrokkene is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren, van welke mogelijkheid geen gebruik is gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,- opgelegd ter zake van “voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken) niet voor laten gaan“, welke gedraging zou zijn verricht op 18 januari 2000 op het Gedempte Zuiderdiep in de gemeente Groningen.
3.2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is verricht. Voorts voert hij aan dat de bestuurder van de autobus, waarmee de gedraging zou zijn verricht, ten onrechte niet is staande gehouden.
3.3. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt, dat art. 5 WAHV toestaat dat in bepaalde situaties niet wordt staande gehouden en dat in die situaties op kenteken wordt bekeurd. De advocaat-generaal is verder van mening dat de gedraging is waargenomen door een politieambtenaar als professioneel waarnemer en dat in dit geval meer waarde moet worden gehecht aan de waarneming van de verbalisant dan aan de waarneming van de bestuurder van de autobus.
3.4. Noch in hetgeen betrokkene aanvoert, noch in hetgeen anderszins uit het dossier blijkt, ziet het hof reden te twijfelen aan de juistheid van de waarneming van verbalisant. Derhalve staat vast, dat de gedraging is verricht.
3.5. Art. 5 WAHV bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. De rechter zal, indien de gedraging met toepassing van art. 5 WAHV is opgelegd, zoals in dezen het geval, in het algemeen - dus ook zonder dat dat met zoveel woorden uit het dossier blijkt - ervan mogen uitgaan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Ingeval dienaangaande een verweer wordt gevoerd, zal de rechter daarop een uitdrukkelijke beslissing dienen te geven en zal hij zonodig aan de verbalisant een nadere toelichting dienen te vragen (HR 14 maart 2000, nr. 394-99-V).
3.6. In zijn tussenarrest van 1 februari 2001 heeft het hof de advocaat-generaal opgedragen aan de verbalisant een nadere toelichting te vragen als onder 3.5. bedoeld. Uit diens daarop opgemaakt proces-verbaal valt af te leiden, dat de verbalisant ten tijde en ter plaatse hier van belang deel uit maakte van een "crime-team" van de regiopolitie Groningen, derhalve "in burger" gekleed was en daarom niet in de gelegenheid was betrokkene staande te houden
3.7. In samenhang met hetgeen in het zaakoverzicht door de verbalisant wordt vermeld (de bestuurder reed ca. 50 km per uur) kan de nadere toelichting van de verbalisant slechts zo worden verstaan, dat zich geen reële mogelijkheid heeft voorgedaan de bestuurder staande te houden.
3.8. Gelet op vorenstaande dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.
4. De beslissing:
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Huisman, raadsheer, in tegenwoordigheid van
mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.