Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 30 mei 2001

Zaakgegevens

Op 30 mei 2001 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
30 mei 2001
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00288
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0156
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

WAHV 00/00288

30 mei 2001

CJIB 30729726

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Rotterdam

van 21 juli 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Ingevolge een verzoek van het hof heeft de advocaat-generaal op 12 maart 2001 enige stukken met bijlagen ingezonden. Afschriften daarvan zijn aan de betrokkene gezonden. Deze heeft vervolgens op voornoemde stukken gereageerd.

3. Beoordeling

3.1. De betrokkene voert aan dat hij de oproeping voor de zitting van de kantonrechter van 7 juli 2000 niet heeft ontvangen.

3.2. Ingevolge art. 12, eerste lid, WAHV stelt de kantonrechter, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten.

3.3. Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een oproeping van de betrokkene voor de zitting van 7 juli 2000. Deze oproeping is gedateerd 7 juni 2000 en vermeldt als adres van betrokkene: [adres + woonplaats]. Het door de betrokkene in zijn beroepschrift d.d. 25 februari 2000 opgegeven adres luidt echter: ander adres in dezelfde woonplaats]. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 7 juli 2000 is de betrokkene aldaar niet verschenen.

3.4. Nu de oproeping voor de zitting van 7 juli 2000 niet is gericht aan het door de betrokkene in zijn beroepschrift opgegeven adres is aannemelijk geworden dat de betrokkene deze niet heeft ontvangen.

3.5. Het hof stelt vast dat in de onderhavige zaak art. 12, eerste lid, WAHV is geschonden en zal – gelet op deze schending – met vernietiging van de bestreden beslissing de zaak terugwijzen naar het kantongerecht te Rotterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Rotterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting, zijnde mr Huisman buiten staat dit arrest te ondertekenen.