Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 23 januari 2002
ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9178 · Gerechtshof Leeuwarden · 23 januari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2002-ad9178
Zaakgegevens
Op 23 januari 2002 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 23 januari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 01-00602
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9178
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 01/00602
23 januari 2002
CJIB 36348297
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Middelburg
van 17 oktober 2001
betreffende
[betrokkene]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Nadien heeft de betrokkene nog een aantal brieven aan het hof gezonden. Hierbij is onder meer verzocht om vergoeding van autokosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Naar aanleiding van de brief van 2 januari 2002 heeft de betrokkene een brief, gedateerd 7 januari 2002 aan het hof gezonden, welke op 8 januari 2002 door het hof is ontvangen.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan doet niet af, dat de betrokkene ter zitting van de kantonrechter heeft verklaard, dat hij geen zekerheid heeft gesteld, omdat hij als gewone burger niet weet hoe hij moet handelen en dat hij wel papieren heeft ontvangen, maar dat die zo ingewikkeld zijn opgesteld, dat hij daarvan niets begrijpt. De betrokkene had zich voor een toelichting op de mededelingen omtrent zekerheidstelling immers tot het arrondissementsparket kunnen wenden.
3.2. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
3.3. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek om vergoeding van autokosten afwijzen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst af het verzoek om vergoeding van kosten.
Dit arrest is gewezen door mr Van Dijk, in tegenwoordigheid van de heer Postma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.