Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 15 mei 2002

Zaakgegevens

Op 15 mei 2002 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
15 mei 2002
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-00146
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3485
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

WAHV 02/00146

15 mei 2002

CJIB 35390858

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter in de rechtbank te Rotterdam

van 10 januari 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij brief gedateerd 2 april 2002, heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking van 23 augustus 2000, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.

Bij brief van 3 april 2002 heeft het hof de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt gehandhaafd.

Bij brief van 10 april 2002, bij het hof ingekomen op 19 april 2002, heeft de betrokkene verzocht om een kostenvergoeding en medegedeeld de zaak in te trekken.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op het verzoek om een kostenvergoeding te reageren.

De advocaat-generaal heeft hierop niet gereageerd.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 (oud) WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 60,--. Op grond van het bovenstaande zou de betrokkene niet-ontvankelijk behoren te worden verklaard in het hoger beroep. Om deze reden kan het hof geen beslissing geven op het onderhavige verzoek.

3.2. Het hof zal de zaak dan ook ter verdere afdoening verwijzen naar de sector kanton van de rechtbank te Rotterdam.

3. De beslissing

Het gerechtshof:

verwijst de zaak ter verdere afdoening naar de rechtbank te Rotterdam.

Dit arrest is gewezen door mr. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.