Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 27 maart 2002
ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6264 · Gerechtshof Leeuwarden · 27 maart 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2002-ae6264
Zaakgegevens
Op 27 maart 2002 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 27 maart 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 02-00025
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6264
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 02/00025
27 maart 2002
CJIB 33414156
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Middelburg
van 14 november 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft de betrokkene in het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 15 november 2000 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 14 januari 2002 heeft de griffier van het hof aan de betrokkene medegedeeld dat hij heeft verzuimd om de gronden van het beroep aan te voeren en een exploot van betekening van het dwangbevel over te leggen. De betrokkene is hierbij verzocht om binnen vier weken na dagtekening van de brief het verzuim te herstellen. Tevens is de betrokkene medegedeeld dat indien het verzuim niet wordt hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Hierop heeft de betrokkene niet gereageerd.
De advocaat-generaal is hiervan op de hoogte gesteld en is tevens medegedeeld dat het hof op de voorliggende stukken een beslissing zal nemen.
3. Beoordeling
Het in beginsel schriftelijke karakter van de onderhavige procedure dwingt ertoe dat de betrokkene die hoger beroep instelt tegen een beslissing van de kantonrechter daarbij de gronden van zijn beroep opgeeft.
Het beroepschrift bevat niet de gronden van het beroep. De griffier van het hof heeft de betrokkene hierop gewezen en deze in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, onder mededeling van de gevolgen van het niet tijdig herstellen van bedoeld verzuim. De betrokkene heeft verzuimd alsnog de gronden van zijn beroep op te geven. Het hof vindt hierin aanleiding om de betrokken niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.