Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 26 juni 2002
ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6533 · Gerechtshof Leeuwarden · 26 juni 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2002-ae6533
Zaakgegevens
Op 26 juni 2002 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 26 juni 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 02-00401
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6533
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 02/00401
26 juni 2002
CJIB 42524089
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Zutphen
van 2 april 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 250,- (= Euro€ 113,45) opgelegd ter zake van "met een voertuig rijden, terwijl het zodanig is beladen dat er gevaar bestaat voor het op de weg vallen van de lading", welke gedraging zou zijn verricht op 20 april 2001 op de N318 te Aalten.
3.2. De betrokkene maakt bezwaar tegen de opgelegde sanctie, nu in de inleidende beschikking een onjuist kenteken is vermeld. Tevens voert hij aan, dat in de beslissing van de kantonrechter het kenteken [kentekenA] is vermeld, hetgeen onjuist is.
3.3. De inleidende beschikking vermeldt als kenteken van het voertuig:
[kentekenB]. De betrokkene heeft bij de officier van justitie aangevoerd, dat hij ten tijde van de gedraging niet en ook op geen enkele andere dag heeft gereden met een auto met voormeld kenteken.
3.4. De betrokkene is staande gehouden. De aankondiging van de beschikking die aan de betrokkene is uitgereikt bevat als gegevens onder meer, dat het voertuig waarmee de geconstateerde gedraging werd verricht een Iveco bedrijfsauto betrof, met het kenteken [kentekenC]. Blijkens informatie uit het kentekenregister is dit kenteken afgegeven voor een Iveco bedrijfsauto, die op naam van de werkgever van de betrokkene staat. Voorts bevindt zich bij de stukken een ambtsedig proces-verbaal van de verbalisant van 13 augustus 2001, waarin deze verklaart dat door de Centrale Verwerking Bekeuringen een lees- c.q. invoeringsfout is gemaakt. In plaats van het kenteken [kentekenC] is nl. het kenteken [kentekenB] ingevoerd.
3.5. De officier van justitie heeft vervolgens in zijn beslissing het kenteken in de inleidende beschikking gewijzigd in [kentekenC]. Voor zover de betrokkene ingang wil doen vinden, dat dit de officier van justitie niet vrijstond faalt zijn verweer, nu de officier van justitie als beroepsorgaan bevoegd is het bestreden besluit zonodig te vernietigen en in de plaats daarvan een nieuw besluit te nemen (art. 7:25 Algemene wet bestuursrecht).
3.6. De betrokkene ontkent niet dat de gedraging met het voertuig met het in 3.5 vermelde kenteken is verricht.
3.7. Nu uit een en ander blijkt dat in de beslissing van de kantonrechter sprake is geweest van een kennelijke verschrijving bij het opnemen van het kenteken van het voertuig waarmee de gedraging werd verricht, die ook aan de betrokkene duidelijk is geweest, zodat hij ook weet waartegen hij zich heeft te verdedigen, wordt de beslissing van de kantonrechter in zoverre verbeterd gelezen in dier voege, dat waar als kenteken voertuig opgenomen staat: [kentekenA] gelezen wordt: [kentekenC].
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.