Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 4 december 2002
ECLI:NL:GHLEE:2002:AF2203 · Gerechtshof Leeuwarden · 4 december 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2002-af2203
Zaakgegevens
Op 4 december 2002 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 december 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 02-00834
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2002:AF2203
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 02/00834
4 december 2002
CJIB 40041588
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam
van 14 februari 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 220,-- (Euro€ 99,83) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1) > 15 en t/m 20 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 22 november 2000 op de Holterbergweg te Amsterdam.
3.2. De betrokkene bestrijdt de juistheid van de snelheidsmeting. Daartoe voert zij aan, dat de snelheidsmeting heeft plaatsgevonden in een bocht van de weg, in strijd met de eisen die volgens de betrokkene ten aanzien van de meetplaats worden gesteld. Daartoe beroept zij zich op een rapport van de Centrale Politie Verkeers Commissie - waarvan zij de inhoud bij de stukken deels heeft overgelegd - onder meer (in paragraaf 3.2) inhoudende:
"Eisen ten aanzien van de meetplaats
a. Met het oog op het correct kunnen richten van de radarbundel moet het meten plaatsvinden op een weggedeelte waar de te meten voertuigen in rechte lijn, parallel aan de as van de weg plegen te rijden.
b. Uit a. vloeit voort dat het meten in een bocht van de weg, op een circulatieplein of op een rotonde niet is toegestaan. Onmiddellijk voor of na zulke wegsituaties is het meten toegestaan, mits daar ene recht stuk weg is van ten ministe 50 meter lengte, dat beantwoordt aan het bij a. bepaalde."
Volgens de betrokkene is er sprake van een lange bocht naar rechts, die gezien vanuit de richting Amsterdam Arena, begint ver voor de linksgelegen zijweg "Buitensingel".
3.3. In verband met dit verweer is door de advocaat-generaal tweemaal getracht een aanvullend proces-verbaal te verkrijgen omtrent de opstelling van de radarapparatuur, maar hij heeft op zijn verzoeken geen antwoord gekregen. Op grond van de bij de stukken overgelegde plattegrond en de foto's van de onderhavige gedraging is hij echter desalniettemin van oordeel, dat de meting heeft plaatsgevonden vóór de bocht in de Holterbergweg, nu op de foto's de aansluiting van de Buitensingel op de Holterbergweg te herkennen valt en de meting vóór deze aansluiting heeft plaatsgevonden.
3.4. Daarmee is echter het verweer van de betrokkene in onvoldoende mate weersproken, nu volgens haar de bocht naar rechts reeds begint ver voor de aansluiting van de Buitensingel.
3.5. Nu de twijfel omtrent de opstelling van de radarapparatuur niet is weggenomen staat onvoldoende vast, dat de gedraging is verricht. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat deze had behoren te doen.
3.6. Het hof ziet geen aanleiding om een veroordeling in de proceskosten uit te spreken nu niet blijkt van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 6 juni 2001, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 40041588 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat een bedrag van Euro€ 99,83 door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd, welk bedrag overeenkomt met een bedrag van f 220,-- dat door haar op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.