Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 12 februari 2003
ECLI:NL:GHLEE:2003:AF4663 · Gerechtshof Leeuwarden · 12 februari 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2003-af4663
Zaakgegevens
Op 12 februari 2003 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 februari 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 02/00970
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2003:AF4663
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 02/00970
12 februari 2003
CJIB 39044905906
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem
van 3 september 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [betrokkene]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
3.2. Niettemin kan de beslissing van de kantonrechter, gelet op het navolgende, niet worden bevestigd.
3.3. De betrokkene klaagt erover dat hij ten onrechte geen oproeping heeft ontvangen voor de zitting van de kantonrechter. De betrokkene is, blijkens het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 3 september 2002, voor die zitting niet opgeroepen.
3.4. De kantonrechter kan op grond van het systeem van de WAHV buiten de terechtzitting om tot de niet-ontvankelijkheid van een betrokkene, die voortvloeit uit het niet tijdig stellen van zekerheid, beslissen (Hoge Raad d.d. 3 maart 1992, VR 1992/68). Wanneer de kantonrechter echter, zoals in de onderhavige zaak kennelijk het geval was, besluit de zaak op een openbare terechtzitting te behandelen, dient de betrokkene voor die behandeling te worden opgeroepen.
3.5. Nu de betrokkene niet is opgeroepen zou in beginsel de betrokkene alsnog in de gelegenheid moeten worden gesteld te worden gehoord. Het hof zal hier om proces-economische redenen echter niet toe overgaan, nu vaststaat dat de betrokkene niet binnen de daarvoor gestelde termijn zekerheid heeft gesteld, noch binnen de daarvoor gestelde termijn dat verzuim heeft hersteld, zodat geen andere uitspraak mogelijk is, dan de door de kantonrechter op juiste gronden uitgesproken niet-ontvankelijkheid.
3.6. Het hof zal daarom de bestreden beslissing vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter zou behoren te doen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Dijk, in tegenwoordigheid van Meester
als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.