Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 5 maart 2003

Zaakgegevens

Op 5 maart 2003 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
5 maart 2003
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-01428
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2003:AF6256
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

WAHV 02/01428

5 maart 2003

CJIB 19046171047

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage

van 16 oktober 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

[Een derde] heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 15 januari 2003 heeft het hof [Een derde] verzocht een machtiging over te leggen.

Bij brief van 20 januari 2003 heeft [Een derde] onder meer gesteld niet als gemachtigde van [betrokkene] te handelen.

3. Beoordeling

3.1. Indien een ander dan de betrokkene hoger beroep instelt, zal het hof overeenkomstig het bepaalde in art. 2:1, tweede lid, Awb van degene die het heeft ingesteld een schriftelijke machtiging kunnen verlangen. Wordt de gevraagde machtiging niet verstrekt, dan kan ingevolge het bepaalde in art. 6:6 Awb het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het hoger beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

3.2. De griffier van het hof heeft [Een derde] verzocht om een machtiging over te leggen.

3.3. Nu [Een derde] nadrukkelijk heeft aangegeven niet te handelen als gemachtigde van de betrokkene, zal het hof haar niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. Het hof vindt in hetgeen door [deze derde] in de loop van de procedure is aangevoerd aanleiding om nadrukkelijk te overwegen, dat de administratieve sanctie niet aan haar is opgelegd, maar aan degene op wier naam ten tijde van de gedraging het kenteken stond geregistreerd, te weten [de betrokkene] en dat er op grond van de wet geen reden is om aan te nemen, dat zij aansprakelijk is voor betaling van de aan [betrokkene] opgelegde sanctie.

3.4. Overigens geldt het volgende.

Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan Euro

€ 70,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV.

3.5. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt Euro€ 40,84 (ƒ 90,--). De kantonrechter heeft de (gemachtigde van de) betrokkene ontvangen in het beroep en met de overweging dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ingesteld, het beroep ongegrond verklaard. Aldus doet zich geen van beide gevallen als bedoeld onder 3.4. voor en staat geen appel open van de beslissing van de kantonrechter.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.