Bestuursstrafrecht
Geen rechtsregel schrijft voor dat de officier van justitie een betrokkene voor behandeling van het beroep…
Gerechtshof Leeuwarden, 22 maart 2006
ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1873 · Gerechtshof Leeuwarden · 22 maart 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2006-aw1873
Zaakgegevens
Op 22 maart 2006 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 22 maart 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 06-00033
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1873
Samenvatting
Geen rechtsregel schrijft voor dat de officier van justitie een betrokkene voor behandeling van het beroep tegen zijn beslissing dient mee te delen dat het beroep niet tijdig is ingesteld.
Uitspraak
WAHV 06/00033
22 maart 2006
CJIB 99080449546
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad
van 15 november 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle-Lelystad niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard wegens, kort gezegd, niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
3.2. De betrokkene bestrijdt niet dat hij niet tijdig beroep heeft ingesteld en dat er geen omstandigheden waren die hem dat onmogelijk maakten. Hij is echter van mening dat de officier van justitie hem dit meteen had dienen mee te delen, teneinde de betrokkene een mogelijk gevaarlijke reis naar Lelystad en de kantonrechter een zitting te besparen. Nu de officier van justitie eerst ter zitting de overschrijding van de beroepstermijn naar voren heeft gebracht, heeft hij te laat gehandeld.
3.3. Geen rechtsregel schrijft voor dat de officier van justitie een betrokkene voor behandeling van het beroep tegen zijn beslissing dient mee te delen dat het beroep niet tijdig is ingesteld. Voorts is van belang dat voormelde beroepstermijn een voorschrift van openbare orde is, waaraan de rechter ambtshalve dient te toetsen.
3.4. Het hoger beroep faalt. De beslissing waarvan beroep zal worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.