Bestuursstrafrecht
De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. In de procedure bij de kantonrechter heeft de…
Gerechtshof Leeuwarden, 1 juni 2006
ECLI:NL:GHLEE:2006:AY0122 · Gerechtshof Leeuwarden · 1 juni 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2006-ay0122
Zaakgegevens
Op 1 juni 2006 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 1 juni 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 06-00143
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2006:AY0122
Samenvatting
De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. In de procedure bij de kantonrechter heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het niet tijdig is ingesteld. De kantonrechter heeft de zaak inhoudelijk behandeld en het beroep ongegrond verklaard. De officier van justitie heeft tegen die beslissing hoger beroep ingesteld. Het hof is van oordeel dat niet valt in te zien dat de officier van justitie door het instellen van hoger beroep in een gunstiger positie zou kunnen geraken. De inleidende beschikking is immers als gevolg van de beslissing van de kantonrechter in stand gebleven. De officier van justitie heeft derhalve geen belang bij het ingestelde hoger beroep. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
WAHV 06/00143
1 juni 2006
CJIB 69077657949
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 11 november 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te '[woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De officier van justitie heeft het beroep van de betrokkene tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. De betrokkene heeft tegen de beslissing van de officier van justitie beroep ingesteld. De kantonrechter heeft dit beroep - na een inhoudelijke behandeling - ongegrond verklaard. De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
3.2. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat - nu de betrokkene niet tijdig administratief beroep tegen de inleidende beschikking had ingediend en de officier van justitie het beroep abusievelijk ontvankelijk heeft geacht - de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie had moeten vernietigen en het beroep tegen de inleidende beschikking alsnog niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
3.3. In aanmerking genomen dat niet valt in te zien dat de officier van justitie door het instellen van hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter in een gunstiger positie zou kunnen geraken - de inleidende beschikking is als gevolg van die beslissing immers in stand gebleven - is het hof van oordeel dat de officier van justitie geen belang heeft bij het ingestelde hoger beroep. Het hof zal derhalve het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Weenink en Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.