Bestuursstrafrecht
Milieuzone (bord C22a). De rechter mag bezwaren gericht tegen de inhoud en strekking van de invoering van de…
Gerechtshof Leeuwarden, 20 mei 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2108 · Gerechtshof Leeuwarden · 20 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2011-br2108
Zaakgegevens
Op 20 mei 2011 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 200.078.996
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2108
Samenvatting
Milieuzone (bord C22a). De rechter mag bezwaren gericht tegen de inhoud en strekking van de invoering van de milieuzone en de beperkte mogelijkheden tot ontheffing niet beoordelen. De regeling hoeft niet op grond van artikel 94 Grondwet buiten toepassing te blijven. Geen schending van het gelijkheidsbeginsel omdat andere categorieën voertuigen wel in het gebied mogen rijden. Sanctie terecht opgelegd.
Uitspraak
WAHV 200.078.996
20 mei 2011
CJIB 137277691
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Breda
van 2 november 2010
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Breda genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 150,- opgelegd ter zake van “rijden in strijd met geslotenverklaring voor niet a/d eisen voldoende voertuigen bord C22a bijlage II RVV 1990 milieuzone”, welke gedraging zou zijn verricht op 1 december 2009 om 11.53 uur op de Schouwburgring te Tilburg met het voertuig met het kenteken [AB-AB-00].
2. De betrokkene ontkent niet dat de gedraging is verricht, maar stelt zich op het standpunt, zo begrijpt het hof het betoog, dat zich omstandigheden voordoen die meebrengen dat het opleggen van een sanctie niet te billijken is dan wel dat matiging van die sanctie gerechtvaardigd is. Hij voert daartoe aan dat de geslotenverklaring voor hem onredelijk bezwarend is, omdat dit als gevolg heeft dat hij voor de sporadische gevallen dat hij binnen de geslotenverklaring moet werken een nieuwe vrachtauto moet aanschaffen. Voorts is de betrokkene van mening dat de geslotenverklaring concurrentievervalsing tot gevolg heeft. Daarnaast is de geslotenverklaring in strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu andere categorieën voertuigen wel in het gebied mogen rijden, terwijl een bromfiets net zoveel fijn stof uitstoot als een vrachtauto, aldus de betrokkene. Ten slotte stelt de betrokkene dat er slechts zeer beperkte mogelijkheden tot ontheffing zijn.
3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt - zakelijk weergegeven - in dat de bestuurder van voormeld voertuig in strijd met de geslotenverklaring over de Schouwburgring te Tilburg is gereden.
4. Gelet op de door de betrokkene niet bestreden verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen.
5. Het hof stelt voorop dat het de rechter niet is toegestaan de innerlijke waarde of de billijkheid van de wet te beoordelen (artikel 11 Wet algemene bepalingen). Hij kan slechts toetsen of een geldend wettelijk voorschrift wegens strijd met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties buiten toepassing moeten blijven (artikel 94 Grondwet). Het hof is niet gebleken dat de wettelijke regeling in strijd zou zijn met enige een ieder verbindende verdragsbepaling. Voor zover het beroep is gericht tegen de inhoud en strekking van de invoering van de milieuzone en de beperkte mogelijkheden tot ontheffing daarvan, zal het hof aan de bezwaren van de betrokkene voorbijgaan.
6. Anders dan de betrokkene is het hof van oordeel dat er geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. De stelling van de betrokkene, dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat andere categorieën voertuigen wel in het gebied mogen rijden, rechtvaardigt immers niet de conclusie dat er sprake is van gelijke gevallen. Van schending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de betrokkene zou slechts dan sprake zijn indien zonder (juridisch) geldige reden ten nadele van de betrokkene zou zijn afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als de onderhavige geldende beleid (vgl. Hof Leeuwarden 8 oktober 2003, WAHV 03/598, VR 2004, 19). Daarvan is niet gebleken.
7. Het hof ziet derhalve in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen omstandigheden die meebrengen dat het opleggen van een sanctie niet billijk is dan wel dat matiging daarvan gerechtvaardigd is. Gelet hierop zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
Beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.