Bestuursstrafrecht
Twee brieven van de betrokkene zijn ten onrechte aangemerkt als beroepschrift, nu de inhoud ervan geen enkele…
Gerechtshof Leeuwarden, 14 november 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BW2559 · Gerechtshof Leeuwarden · 14 november 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2011-bw2559
Zaakgegevens
Op 14 november 2011 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 november 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.084.598
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2011:BW2559
Samenvatting
Twee brieven van de betrokkene zijn ten onrechte aangemerkt als beroepschrift, nu de inhoud ervan geen enkele indicatie bevat dat -alsnog- beroep wordt aangetekend. De betrokkene is een bij voorbaat kansloos en daarmee overbodig traject ingeleid. Het hof vernietigt de beslissingen van de kantonrechter en de officier van justitie en verstaat dat geen beroep is ingesteld tegen de inleidende beschikking.
Uitspraak
WAHV 200.084.598
14 november 2011
CJIB [nummer]
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden
van 7 februari 2011
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld. De kantonrechter heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter kan echter niet in stand blijven.
2. Uit de stukken blijkt de navolgende gang van zaken:
De initiële beschikking dateert van 3 januari 2009. Na een eerste en tweede aanmaning is een incassoprocedure gestart. Op 28 juli 2009 is een aanvraag inneming rijbewijs uitgegaan, op 3 oktober 2009 is besloten tot het toepassen van het dwangmiddel buitengebruikstelling van het voertuig en op 17 december 2009 is de vordering machtiging gijzeling ingediend.
Bij brief van 8 januari 2010 heeft de vader van de betrokkene (de gemachtigde) zich tot de CVOM gericht met het verzoek een groot aantal aan de betrokkene opgelegde bekeuringen in hun onderlinge samenhang te bezien. Tevens wordt uitgelegd dat de betrokkene als gevolg van psychische problemen de regie over zijn leven is kwijtgeraakt en in grote financiële problemen is gekomen. Aangegeven wordt dat naar mogelijkheden wordt gezocht om de betrokkene een nieuwe start te laten maken.
Deze brief is kennelijk opgevat als een beroep tegen de initiële sanctie, welk beroep op 25 februari 2010 niet-ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Bij brief van 15 april 2010 richt de gemachtigde zich onder verwijzing naar een zitting van 12 april 2010 bij de kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden opnieuw tot de CVOM met het verzoek om met een daartoe bevoegd persoon te spreken over het geheel aan bekeuringen van de betrokkene. Tevens wordt toegelicht dat de betrokkene geen financiële middelen heeft om de openstaande boetes te voldoen.
Op 12 mei 2010 wordt echter besloten tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling, terwijl op diezelfde datum kennelijk de brief van 15 april 2010 is geregistreerd als een beroep bij de kantonrechter gericht tegen de beslissing van de officier van justitie van 25 februari 2010. De kantonrechter heeft hierop beslist als onder 1. aangegeven.
3. Het hof overweegt dat de inhoud van de brief van de betrokkene van 8 januari 2010 geen enkele indicatie bevat dat - alsnog - beroep wordt aangetekend tegen de inleidende sanctie. De CVOM heeft daarom ten onrechte deze brief zonder meer aangemerkt als een beroep tegen de inleidende beschikking. Indien in een geval twijfel bestaat of een brief mogelijk moet worden opgevat als een beroep tegen de inleidende beschikking dient de CVOM schriftelijk bij de betrokkene te informeren of het de bedoeling is dat de brief als zodanig wordt opgevat en zo ja, om welke reden het beroep niet is ingesteld in de bij de inleidende beschikking vermelde beroepstermijn, teneinde niet de betrokkene een bij voorbaat kansloos - en daarmee overbodig - traject in te leiden, zoals in het onderhavige geval. Een en ander geldt evenzeer voor de beslissing om de brief van 15 april 2010 aan te merken als een beroep tegen de beslissing van de officier van justitie van 25 februari 2010.
4. Het hof zal daarom, met vernietiging van de beslissingen van de kantonrechter en van de officier van justitie, verstaan dat geen beroep is ingesteld tegen de inleidende beschikking.
5. Ten behoeve van de betrokkene overweegt het hof nog dat blijkens e-mailberichten tussen de advocaat-generaal en het CJIB is besloten om de onderhavige sanctie, hoewel deze onherroepelijk is, vanwege de bijzondere omstandigheden van het geval niet te innen.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 25 februari 2010;
verstaat dat geen beroep is ingesteld tegen de beschikking waarbij onder CJIB-nummer [nummer] de administratieve sanctie is opgelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.