Bestuursstrafrecht
De kantonrechter maakt in het bestreden tussenvonnis een spoorwissel naar het civiele recht (69 Rv). Het…
Gerechtshof Leeuwarden, 13 maart 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BW2580 · Gerechtshof Leeuwarden · 13 maart 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2012-bw2580
Zaakgegevens
Op 13 maart 2012 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 maart 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.095.388
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2012:BW2580
Samenvatting
De kantonrechter maakt in het bestreden tussenvonnis een spoorwissel naar het civiele recht (69 Rv). Het vonnis kan niet worden aangemerkt als een beslissing in de zin van de artikelen 14, 26a of 27, zesde lid juncto artikel 26a van de WAHV en kan daarmee ook niet op een lijn worden gesteld. Het hof is daarom onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Uitspraak
WAHV 200.095.388
13 maart 2012
CJIB 144267445
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen het vonnis
van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem
van 15 september 2011
betreffende
[betrokkene], wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De grondslag van het hoger beroep
De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis bevolen dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. Hij heeft de zaak daartoe op de civiele rol van 13 oktober 2011 geplaatst en iedere verdere beslissing aangehouden.
Het procesverloop
De gemachtigde van [betrokkene] heeft hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van [betrokkene] heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De gemachtigde van [betrokkene] voert aan dat de kantonrechter ten onrechte een spoorwissel naar het civiele recht maakt en in de hoedanigheid van civiele rechter heeft geoordeeld. Het bij de kantonrechter ingestelde beroep betreft het uitblijven van een dwangsombeschikking en een beslissing op het bezwaar tegen de afwijzing door de CVOM van een verzoek tot schadevergoeding in verband met verleende rechtsbijstand als gevolg van een onterechte verhoging op de voet van artikel 23 van de WAHV. Nu aan het beroep een beschikking als bedoeld in artikel 4 van de WAHV ten grondslag ligt moet de kantonrechter zich als WAHV-rechter, derhalve als bijzondere bestuursrechter, uitlaten over het ingediende beroep. De gemachtigde verzoekt de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en de kantonrechter op te dragen alsnog op het beroep te beslissen.
2. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder meer overwogen:
"De kantonrechter is van oordeel, dat de beslissing van de bestuursrechter van 22 juli 2011, waarin Droog erop wordt gewezen dat hij 'zich tot de kantonrechter kan wenden', wel degelijk is aan te merken als een verwijzingsbeslissing, zoals bedoeld in artikel 7.81 (het hof leest 8:71) van de Algemene wet bestuursrecht. Nu de kantonrechter gebonden is aan deze verwijzing is daarmee zijn absolute bevoegdheid als burgerlijke rechter gegeven. (…)"
Vervolgens heeft de kantonrechter overwogen dat de zaak bij dagvaarding had moeten worden aangebracht en heeft hij met toepassing van artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevolen dat de procedure, in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, de zaak op de civiele rol geplaatst van 13 oktober 2011 te 10.00 uur en iedere verdere beslissing aangehouden.
3. Het hof is bevoegd kennis te nemen van het hoger beroep dat is ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter in de zin van de artikelen 14, 26a of 27, zesde lid juncto artikel 26a van de WAHV. Het hoger beroep dient derhalve een beslissing van de kantonrechter met betrekking tot een opgelegde administratieve sanctie, het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel of het verzet tegen een kennisgeving van verhaal te betreffen.
4. Het onderhavige vonnis van de kantonrechter kan niet worden aangemerkt als een beslissing in de zin van de artikelen 14, 26a of 27, zesde lid juncto artikel 26a van de WAHV, noch kan dit daarmee op een lijn worden gesteld. Dat aan het beroep een beschikking als bedoeld in artikel 4 van de WAHV ten grondslag ligt, maakt dat niet anders. Het hof is niet bevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
5. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schuijlenburg, Dijkstra en Beswerda in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.