Bestuursstrafrecht

Zekerheidstelling. Ook als een rechtspersoon in de procedure bij de kantonrechter een draagkrachtverweer…

Gerechtshof Leeuwarden, 24 oktober 2012

Zaakgegevens

Op 24 oktober 2012 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
24 oktober 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
200.111.318
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2012:BY9636
E-mail

Samenvatting

Zekerheidstelling. Ook als een rechtspersoon in de procedure bij de kantonrechter een draagkrachtverweer voert, dient gehandeld te worden overeenkomstig het door het hof geformuleerde uitgangspunt voor draagkrachtverweren. Dat is i.c. niet gebeurd. De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt teruggewezen.

Uitspraak

WAHV 200.111.318

24 oktober 2012

CJIB 155240180

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Roermond

van 9 juli 2012

betreffende

[bedrijf 1] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats bedrijf 1],

voor wie als gemachtigde optreedt [bedrijf 2], gevestigd te [vestigingsplaats bedrijf 2].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.

Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.

2. Aan de betrokkene zijn twee brieven van de officier van justitie toegezonden omtrent de verplichting om zekerheid te stellen, te weten op 19 maart 2012 en op 5 april 2012.

De gemachtigde van de betrokkene heeft in reactie op de eerste zekerheidsbrief onder meer aangevoerd dat het financieel niet haalbaar is om zekerheid te stellen voor alle sancties die niet worden betaald.

3. Uitgangspunt is dat, indien een betrokkene in de procedure bij de kantonrechter met redenen omkleed aanvoert dat zij niet (terstond) in staat is zekerheid te stellen tot het totale van haar verlangde bedrag, de kantonrechter, tenzij hij het daaromtrent aangevoerde reeds aanstonds aannemelijk acht, de betrokkene in de gelegenheid zal moeten stellen op een openbare zitting te worden gehoord omtrent haar financiële draagkracht. Acht de kantonrechter het aangevoerde omtrent de financiële draagkracht gegrond, dan zal hij het bepaalde in artikel 11, derde lid, WAHV in zoverre buiten toepassing moeten laten als in overeenstemming is met de draagkracht van de betrokkene. Zonodig zal aan de betrokkene een nadere termijn moeten worden gegund waarbinnen zij alsnog de door de kantonrechter vastgestelde zekerheid kan stellen. Acht de kantonrechter het aangevoerde omtrent de financiële draagkracht ongegrond, dan dient de kantonrechter de betrokkene een nadere termijn te gunnen om alsnog het volledige bedrag van de zekerheidstelling te voldoen.

4. Er is niet gehandeld overeenkomstig het bepaalde in overweging 3. Daarom kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven en dient de zaak te worden teruggewezen naar de rechtbank.

5. Gesteld noch gebleken is dat de betrokkene in hoger beroep kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Roermond ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.