Civiel recht overig
Het hof stelt vast dat de kantonrechter Groningen in het vonnis van 18 september 2008 onder 4.5 het verweer…
Gerechtshof Leeuwarden, 30 juni 2009
ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ1270 · Gerechtshof Leeuwarden · 30 juni 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-ghlee-2009-bj1270
Zaakgegevens
Op 30 juni 2009 heeft het Gerechtshof Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 juni 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.032.014/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R van Kessel, mr. M.J Blokzijl
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ1270
Samenvatting
Het hof stelt vast dat de kantonrechter Groningen in het vonnis van 18 september 2008 onder 4.5 het verweer van [geïntimeerde] dat de huurachterstand was ingelopen heeft gepasseerd door te overwegen dat [geïntimeerde] die stelling aan de hand van betalingsbewijzen had moeten onderbouwen, wat hij heeft nagelaten, terwijl hij evenmin bewijs heeft aangeboden. Daargelaten of de kantonrechter een in persoon procederende procespartij zo streng behoort af te rekenen op het niet expliciet aanbieden van bewijs, kan in hoger beroep in ieder geval worden vastgesteld dat de huurachterstand per juli 2007, door de kantonrechter gesteld op € 18.054,06 op 12 december 2007 - dus ruim voor de datum waarop de kantonrechter vonnis wees - in zoverre was ingelopen dat per saldo nog slechts resteerde een door Garden-End als "VBA" aangeduid bedrag van € 7.680,88. Zoals ook de voorzieningenrechter heeft overwogen, gaat het daarbij kennelijk om een oude, reeds in 2003 ontstane huurschuld, daterend uit de periode voordat Garden-End eigenaar werd van het gehuurde. Bedoelde achterstand komt ook weer naar voren in de berekening welke Garden-End in de toelichting op grief I presenteert, waar zij spreekt over een achterstand per 2 maart 2009 van € 12.137,34, zijnde de huur over de maanden februari en maart 2009 en het "saldo VBA".
Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat omtrent dat oude saldo de nodige verwarring bestaat, temeer nu niet is gesteld of gebleken dat [geïntimeerde] in de jaren 2004 en 2005 op deze schuld is aangesproken.
Wat daar verder ook van zij, de overweging van de kantonrechter in zijn vonnis van 18 september 2008 dat uitgegaan moet worden van een huurachterstand van meer dan vijf maanden en dat een dergelijke huurachterstand de gevorderde ontbinding en ontruiming rechtvaardigt, is gebleken feitelijk onjuist te zijn. Het vonnis berust derhalve op een feitelijke misslag.
Uitspraak
Arrest d.d. 30 juni 2009
Zaaknummer 200.032.014/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
Garden-End Building B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: Garden-End,
advocaat: mr. R. van Kessel, kantoorhoudende te Den Haag,
tegen
[geïntimeerde],
gevestigd te Groningen,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. M.J. Blokzijl, kantoorhoudende te Groningen.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 27 maart 2009 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen.
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 20 april 2009 is door Garden-End hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 12 mei 2009.
De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt:
"het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen in kort geding gewezen op 27 maart 2009 met zaaknr./rolnr. 107878 / KG ZA 09-53 te vernietigen en opnieuw rechtdoende bij arrest uitvoerbaar bij voorraad de vorderingen van thans geïntimeerde af te wijzen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."
Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:
"bij arrest het vonnis van de Voorzieningenrechter van de rechtbank te Groningen in kort geding gewezen op 27 maart 2009 met zaak- en rolnummer 107878 / KG ZA 09-53, te bekrachtigen met veroordeling van Garden-End, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van deze procedure in hoger beroep, onder bepaling dat Garden-End de wettelijke rente over deze kosten verschuldigd zal zijn wanneer zij deze kosten niet binnen 14 dagen na het in dezen te wijzen arrest aan [geïntimeerde] heeft voldaan."
Tenslotte heeft [geïntimeerde] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De grieven
Garden-End heeft vier grieven opgeworpen.
De beoordeling
1. Tegen de weergave van de vaststaande feiten onder overweging 2 (2.1 tot en met 2.5) van het beroepen vonnis is geen grief opgeworpen, zodat ook in hoger beroep van die feiten uit zal worden gegaan.
2. Evenmin is een grief gericht tegen het door de voorzieningenrechter onder 4.1. gehanteerde uitgangspunt, zodat ook het hof dat (met de vaste jurisprudentie in overeenstemming zijnde) tot leidraad zal nemen.
3. Het hof stelt vast dat de kantonrechter Groningen in het vonnis van 18 september 2008 onder 4.5 het verweer van [geïntimeerde] dat de huurachterstand was ingelopen heeft gepasseerd door te overwegen dat [geïntimeerde] die stelling aan de hand van betalingsbewijzen had moeten onderbouwen, wat hij heeft nagelaten, terwijl hij evenmin bewijs heeft aangeboden. Daargelaten of de kantonrechter een in persoon procederende procespartij zo streng behoort af te rekenen op het niet expliciet aanbieden van bewijs, kan in hoger beroep in ieder geval worden vastgesteld dat de huurachterstand per juli 2007, door de kantonrechter gesteld op € 18.054,06 op 12 december 2007 - dus ruim voor de datum waarop de kantonrechter vonnis wees - in zoverre was ingelopen dat per saldo nog slechts resteerde een door Garden-End als "VBA" aangeduid bedrag van € 7.680,88. Zoals ook de voorzieningenrechter heeft overwogen, gaat het daarbij kennelijk om een oude, reeds in 2003 ontstane huurschuld, daterend uit de periode voordat Garden-End eigenaar werd van het gehuurde. Bedoelde achterstand komt ook weer naar voren in de berekening welke Garden-End in de toelichting op grief I presenteert, waar zij spreekt over een achterstand per 2 maart 2009 van € 12.137,34, zijnde de huur over de maanden februari en maart 2009 en het "saldo VBA".
Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat omtrent dat oude saldo de nodige verwarring bestaat, temeer nu niet is gesteld of gebleken dat [geïntimeerde] in de jaren 2004 en 2005 op deze schuld is aangesproken.
Wat daar verder ook van zij, de overweging van de kantonrechter in zijn vonnis van 18 september 2008 dat uitgegaan moet worden van een huurachterstand van meer dan vijf maanden en dat een dergelijke huurachterstand de gevorderde ontbinding en ontruiming rechtvaardigt, is gebleken feitelijk onjuist te zijn. Het vonnis berust derhalve op een feitelijke misslag.
4. Nu hetgeen hiervoor is overwogen eerst in dit executiegeschil duidelijk is geworden, is er wel degelijk sprake van feiten en omstandigheden die na het wijzen van het vonnis door de kantonrechter aan het licht zijn gekomen. Dat er aan de zijde van [geïntimeerde] een noodtoestand dreigt te ontstaan indien het gehuurde wordt ontruimd en ontmanteld, is naar het voorlopig oordeel van het hof duidelijk. Het hof sluit zich op dat punt aan bij hetgeen de voorzieningenrechter in het vonnis waarvan beroep onder 4.3 heeft overwogen en maakt die overweging tot de zijne, waarbij het hof nog aantekent dat ook de belangen van het bij [geïntimeerde] in dienst zijnde personeel gewicht in de schaal leggen.
De slotsom.
5. Het vonnis waarvan beroep dient - onder aanvulling van gronden - te worden bekrachtigd met veroordeling van Garden-End als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat 1 punt tarief II).
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt Garden-end in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op € 313,-- aan verschotten en € 894,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;
verklaart dit arrest voor wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. Mollema, voorzitter en mrs. Rowel-Van der Linde en Kuiper, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 30 juni 2009 in bijzijn van de griffier.