Strafrecht overig
Verdachte wordt vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, omdat, door de verklaring van verdachte ter…
Gerechtshof Leeuwarden, 10 december 2010
ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8216 · Gerechtshof Leeuwarden · 10 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2010-bo8216
Zaakgegevens
Op 10 december 2010 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 24-002920-09
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8216
Samenvatting
Verdachte wordt vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, omdat, door de verklaring van verdachte ter zitting van het hof, bij het hof twijfel is ontstaan aan de juistheid van de duiding van de waarneming door de verbalisanten. Het hof kan niet uitsluiten dat de lezing van verdachte van het feitelijk gebeuren juist is.
Uitspraak
Parketnummer: 24-002920-09
Parketnummer eerste aanleg: 17-754127-09
Arrest van 10 december 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 2 november 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1965] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Gebruik van het rechtsmiddel
De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van € 500,--.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 3 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], hoofdagent van politie, en/of [verbalisant 2], hoofdagent van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid, de (gestrekte) middelvinger (het zogenoemde 'fuck you'-gebaar) in de richting van die ambtena(a)r(en) heeft getoond.
Vrijspraak
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij een tweetal politieagenten heeft beledigd door het in hun richting opsteken van zijn middelvinger, het zogenoemde 'fuck you'-gebaar. Het dossier bevat als bewijsmiddelen een proces-verbaal en een aanvullend proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], waarin zij verklaren dat verdachte vanuit zijn auto zijn middelvinger naar hen opstak. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij vanuit zijn auto een zwaaibeweging - verdachte steekt daarbij enkele vingers omhoog lijkend op een v-teken - heeft gemaakt richting enkele personen, niet zijnde verbalisanten, die zich in de [straat] bevonden. Verdachte heeft daarnaast ontkend dat hij het 'fuck you'-gebaar heeft gemaakt en hij heeft verklaard dat het door hem gemaakte (zwaaiende) gebaar niet voor verbalisanten bedoeld was.
Door de verklaring van verdachte ter terechtzitting is er bij het hof twijfel ontstaan aan de juistheid van de duiding van de waarneming door de verbalisanten. Het hof kan niet uitsluiten dat de lezing van verdachte van het feitelijk gebeuren juist is. Het hof acht om die reden niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van K.J. Reinke als griffier.