Strafrecht overig
Vrijspraak poging zware mishandeling, subsidiair bedreiging met geweld. Opzet ontbreekt.
Gerechtshof Leeuwarden, 17 december 2010
ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8415 · Gerechtshof Leeuwarden · 17 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2010-bo8415
Zaakgegevens
Op 17 december 2010 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 24-001886-08
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8415
Samenvatting
Vrijspraak poging zware mishandeling, subsidiair bedreiging met geweld. Opzet ontbreekt.
Uitspraak
Parketnummer: 24-001886-08
Parketnummer eerste aanleg: 18-670061-08
Arrest van 17 december 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 9 juli 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1961] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte
mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde, heeft beslist op het in beslag genomen goed en heeft het - geschorste - bevel voorlopige hechtenis opgeheven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis, en het fietsslot verbeurd zal verklaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 11 februari 2008, in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [verbalisant 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een kettingslot, althans met een hard voorwerp, een zwaaiende beweging heeft gemaakt naar en/of in de richting van en/of in de directe nabijheid van het hoofd en/of de hals, althans het lichaam, van die [verbalisant 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 11 februari 2008, in de gemeente [gemeente], een persoon, genaamd
[verbalisant 1], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een kettingslot, althans met een hard voorwerp, een zwaaiende beweging gemaakt naar en/of in de richting van en/of in de directe nabijheid van het hoofd en/of de hals, althans het lichaam, van die [verbalisant 1].
Vrijspraak
Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben beiden verklaard dat verdachte op
11 februari 2008 met een fietsslot een zwaaiende beweging in de richting van verbalisant [verbalisant 1] heeft gemaakt. Verdachte heeft verklaard dat hij het kettingslot om zijn nek had hangen en vervolgens dit slot van zijn nek pakte om de fiets, waarmee hij eerder was komen aanfietsen, mee op slot te doen. Verdachte ontkent met het slot een zwaaiende beweging te hebben gemaakt, hetgeen gesteund wordt door de verklaring van getuige [getuige]. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte zijn rechterhand met daarin een fietskettingslot omhoog bracht, dat de ketting naar beneden bleef hangen en dat verdachte niet met de ketting heeft geslagen.
Het hof acht de toedracht van de verdachte omtrent het ter hand nemen van het fietskettingslot aannemelijk, zodat het hof daarvan uit gaat. Dit leidt tot de conclusie dat de ten laste gelegde opzet op zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde ontbreekt en dat daarom vrijspraak moet volgen.
Teruggave
Het hof zal de teruggave gelasten aan de verdachte van het in beslag genomen fietsslot nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzet.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, voor zover aan het beroep onderworpen, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
gelast de teruggave aan verdachte van:
- Fietsslot.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van S. van Krugten als griffier, zijnde mr. O. Anjewierden en mr. G.J. Niezink buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.