Strafrecht overig
Verdachte wordt ter zake van mishandeling van zijn ex-echtgenote veroordeeld tot een geldboete van 500 euro…
Gerechtshof Leeuwarden, 12 januari 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BP0646 · Gerechtshof Leeuwarden · 12 januari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2011-bp0646
Zaakgegevens
Op 12 januari 2011 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 januari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 24-001451-09
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2011:BP0646
Samenvatting
Verdachte wordt ter zake van mishandeling van zijn ex-echtgenote veroordeeld tot een geldboete van 500 euro, waarvan 250 euro voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Uitspraak
Parketnummer: 24-001451-09
Parketnummer eerste aanleg: 19-605141-08
Arrest van 12 januari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 10 oktober 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1957] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep op 29 december 2010.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor de feiten 1 en 2 zal veroordelen tot een geldboete van € 500,-, waarvan € 250,- voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
1.
hij op of omstreeks 5 januari 2008 te [plaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), heeft gestompt en/of geslagen en/of heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
2.
hij op of omstreeks 5 januari 2008 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je binnen een jaar een nieuwe relatie hebt, schiet ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
1.
hij op 5 januari 2008 te [plaats] opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], heeft geduwd, waardoor deze pijn heeft ondervonden;
2.
hij op 5 januari 2008 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je binnen een jaar een nieuwe relatie hebt, schiet ik je dood".
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
1. mishandeling;
2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging van zijn
ex-echtgenote, [slachtoffer]. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn ex-echtgenote en bij haar pijn veroorzaakt. Verdachte heeft daarnaast gezorgd voor veel angstgevoelens.
Het hof verwijt verdachte dat hij zich niet heeft kunnen beheersen en dat hij in het bijzijn van zijn dochter zich jegens zijn ex-echtgenote in ernstige mate heeft misdragen. Blijkens de schriftelijk slachtofferverklaring zorgt dit incident nog steeds voor zorgen bij zijn ex-echtgenote en voor problemen bij zijn dochter. Wat de situatie voor hen extra lastig maakt is dat verdachte in dezelfde straat als hen woonachtig is.
Het hof heeft voorts gelet op een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 oktober 2010, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden is veroordeeld voor strafbare feiten, doch niet voor soortgelijke feiten.
Het hof heeft tevens in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze door hem ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht.
Het hof zal -conform de vordering van de advocaat-generaal- een geldboete
opleggen. Het hof is tevens van oordeel dat een deel van deze geldboete voorwaardelijk dient te worden opgelegd, teneinde verdachte ervan te weerhouden (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Gelet op de financiële situatie van verdachte zal het hof bepalen dat het onvoorwaardelijke deel van de geldboete in vijf maandelijkse termijnen van € 50,- mag worden voldaan.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeldonder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vijfhonderd euro;
beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;
beveelt, dat van de geldboete een gedeelte van tweehonderdvijftig euro, subsidiair vijf dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
bepaalt dat het onvoorwaardelijke deel van de geldboete mag worden voldaan in vijf opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot vijftig euro.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse als griffier, zijnde mr. J.H. Bosch buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.