Civiel recht overig

Verval van instantie, art. 27, lid 2 Faillissementswet; art 15 van de EU Insolventieverordening (EIV).

Gerechtshof 's-Gravenhage, 7 december 2010

Zaakgegevens

Op 7 december 2010 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
7 december 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
105.004.941-01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. W.P den Hertog te 's-Gravenhage, mr. H.J.A. Knijff te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:GHSGR:2010:BO7190
E-mail

Samenvatting

Verval van instantie, art. 27, lid 2 Faillissementswet; art 15 van de EU Insolventieverordening (EIV).

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer : 105.004.941/01

Rolnummer (oud) : 06/729

Zaak-/rolnummer rechtbank : 198482 / HA ZA 03-1505

Arrest van de eerste civiele kamer d.d. 7 december 2010

inzake

de rechtspersoon naar Belgisch recht FRO D'OR,

gevestigd te Bilzen (België),

op 13 november 2009 failliet verklaard,

appellante in de hoofdzaak,

hierna te noemen: Fro d'Or,

advocaat: mr. W.P. den Hertog te 's-Gravenhage,

tegen

TRESCON B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

hierna te noemen: Trescon,

advocaat: mr. H.J.A. Knijff te Amsterdam.

Het geding

Bij arrest van 7 juli 2009 heeft het hof het verzoek van Fro d'Or ex artikel 843a Rv. afgewezen. Voor de gang van zaken tot dan toe wordt verwezen naar dit arrest. Vervolgens heeft Trescon op 27 oktober 2009 een memorie van antwoord (met producties) genomen. Hierop heeft Fro d'Or op 24 november 2009 een akte genomen en op de rol van 12 januari 2010 (onder meer) een kopie van het vonnis van de rechtbank van Tongeren (België) van 13 november 2009, waarin het faillissement van Fro d'Or is uitgesproken, in het geding gebracht. Op 26 januari 2010 heeft Trescon een antwoord-akte genomen. De advocaat van Fro d'Or heeft bericht dat de curatoren in het faillissement van Fro d'Or het geding niet wensen over te nemen. Hierop heeft Trescon op 25 mei 2010 nog een akte genomen, zakelijk inhoudende een herhaald verzoek tot verval van instantie op grond van artikel 27, tweede lid Faillissementswet (Fw). Hierna hebben partijen arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in dit geding, voor zover thans nog aan de orde, om het volgende.

(1.1) Bij het thans bestreden eindvonnis van 2 november 2005 is Fro d'Or veroordeeld, zakelijk weergegeven, om (wegens geleverde goederen) aan Trescon in hoofdsom te betalen een bedrag van € 53.864,41, vermeerderd met contractuele rente, beslag- en proceskosten. De tegenvordering van Fro d'Or (wegens schadevergoeding) is daarbij afgewezen.

(1.2) Fro d'Or is van dit vonnis en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 14 september 2005 in hoger beroep gekomen. Hangende dit hoger beroep is Fro d'Or failliet verklaard.

(1.3) Vervolgens is de procedure in hoger beroep geschorst en heeft Trescon de curator in het faillissement van Fro d'Or opgeroepen tot overneming van het geding (ingevolge artikel 27, eerste lid Faillissementswet -Fw-). De curator heeft aan deze oproeping geen gevolg gegeven.

2. Trescon vraagt thans ontslag van instantie als bedoeld in artikel 27, tweede lid Fw. Haar belang bij een ontslag van instantie is, aldus Trescon, hierin gelegen dat zij niet gedwongen wordt tot het maken van verdere kosten die mogelijk, vanwege het faillissement van Fro d'Or, niet kunnen worden verhaald.

3. Op de onderliggende procedure is Nederlands recht van toepassing. Dit is tussen partijen niet in geschil. Ook op het verzoek tot ontslag van instantie is Nederlands recht van toepassing. Dit volgt onder meer uit het bepaalde in artikel 15 van de EU Insolventieverordening (EIV).

Het verzoek van Trescon zal als op de wet gegrond en niet weersproken worden toegewezen. Hierbij past een proceskostenveroordeling ten laste van Fro d'Or.

Beslissing

Het hof:

- verleent ontslag van instantie op grond van artikel 27, tweede lid Faillissementswet;

- veroordeelt Fro d'Or in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Trescon tot op heden begroot op € 1.860,-- aan verschotten en € 3.262,-- aan salaris advocaat;

- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, J. Kramer en J.C.N.B. Kaal en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2010 in aanwezigheid van de griffier.