Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Gravenhage, 16 maart 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BX6579 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 16 maart 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2010-bx6579
Zaakgegevens
Op 16 maart 2010 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 maart 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 105.005.281/01 (C06/1069)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.CMeijroos te 's-Gravenhage, mr. R.M.A. Lensen te Middelburg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2010:BX6579
Samenvatting
Vrijwaring
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Sector handel
Zaaknummer : 105.005.281/01
Rolnummer (oud) : 06/1069
Rolnummer rechtbank : 05/351
Arrest van de eerste civiele kamer d.d. 16 maart 2010
inzake
1. [Naam],
2. [Naam],
beiden wonende te [Woonplaats], gemeente […],
appellanten,
hierna te noemen: [appellanten],
advocaat: mr. J.C.Meijroos te 's-Gravenhage,
tegen
1. [Naam],
2. [Naam],
beiden wonende te [Woonplaats], gemeente […],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerden],
advocaat: mr. R.M.A. Lensen te Middelburg.
De verdere beoordeling van het hoger beroep
1. Voor de loop van het geding tot aan het tussenarrest van 7 april 2009 verwijst het hof naar dat arrest. Bij dat arrest is reeds overwogen dat het vonnis van de rechtbank moet worden vernietigd en dat [appellanten] [geïntimeerden] kunnen aanspreken voor de kosten waarvoor [appellanten] door [X] c.s. worden aangesproken, behalve voor kosten die voortvloeien uit gebreken die hun oorzaak vinden in werkzaamheden die [appellanten] zelf hebben uitgevoerd of doen uitvoeren waardoor de woning niet voor bewoning geschikt werd (werkzaamheden uitgevoerd na 1 mei 1997, waarbij genoemd zijn plaatsen van een wenteltrap en gipsplaten plafond vervangen).
2. [appellanten] hebben aangevoerd dat de gebreken aan de woning die tot gevolg hebben gehad dat de woning niet voor bewoning geschikt was, geheel en uitsluitend vóór 1 mei 1997 zijn ontstaan en dat zij zelf geen aanpassingen hebben verricht die iets van doen hebben (gehad) met de constructieve gebreken verband houdende met het dak van de woning. [geïntimeerden] hebben zich gerefereerd.
3. Het hof concludeert dat tussen partijen vaststaat dat [appellanten] geen werkzaamheden aan de woning hebben uitgevoerd die tot de onbewoonbaarheid van de woning hebben geleid. Het hof merkt voor de volledigheid met betrekking tot de door [appellanten] geplaatste wenteltrap nog op dat deze trap door [X] c.s. bij de herstelwerkzaamheden weer is vervangen door een hardhouten meranti trap met leuningen, doch dat het hof op de kosten van aftimmering (inclusief trap) een "anders" en "nieuw voor oud" correctie heeft toegepast, zodat de verandering van de trap op zichzelf niet tot een hogere schadevergoeding van [appellanten] aan [X] c.s. heeft geleid.
4. Het hof zal [geïntimeerden] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van deze procedure, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.
Beslissing
Het hof:
- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Middelburg van 8 maart 2006;
- en opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [geïntimeerden] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander daardoor is bevrijd, om aan [appellanten] te betalen datgene waartoe [appellanten] in het geding met zaaknummer 105.005.280/01 heden jegens [X] c.s. zijn veroordeeld;
- veroordeelt [geïntimeerden] in de kosten van dit geding in eerste aanleg, aan de zijde van [appellanten] tot op 8 maart 2006 begroot op € 2.089,60 waarvan € 1.185,60 aan verschotten en € 904,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [geïntimeerden] in de kosten van dit geding in hoger beroep, aan de zijde van [appellanten] tot op heden begroot op € 5.861,87 waarvan € 3.179,87 aan verschotten en € 2.682,- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.V. van den Berg, G. Dulek-Schermers en A.E.A.M. van Waesberghe en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2010 in aanwezigheid van de griffier.