Civiel recht overig
Incident opheffing tenuitvoerlegging bij voorraad; noodsituatie?
Gerechtshof 's-Gravenhage, 13 december 2011
ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7822 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 13 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2011-bu7822
Zaakgegevens
Op 13 december 2011 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.085.571/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7822
Samenvatting
Incident opheffing tenuitvoerlegging bij voorraad; noodsituatie?
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Sector handel
Rolnummer : 200.085.571/01
Rolnummer Rechtbank : HAZA 06-1374
Arrest d.d. 13 december 2011
inzake
[Naam],
wonende te [Woonplaats], gemeente […],
appellant,
eiser in het incident,
hierna te noemen: [appellant],
procureur: mr. R.G.B. Everts te 's-Gravenzande, gemeente Westland,
tegen
[Naam], h.o.d.n. […],
wonende te [Woonplaats], gemeente […],
geïntimeerde,
verweerder in het incident,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
procureur: mr. M. Moszkovicz jr. te Maastricht.
Het geding
In het door [appellant] opgeworpen incident heeft het hof op 26 juli 2011 een tussenarrest gewezen. Voor de loop van het geding tot die datum verwijst het naar dat arrest. Op 9 september 2011 heeft de in dat arrest bevolen comparitie in het incident plaats gevonden, waarbij inlichtingen zijn verstrekt. Een schikking ter zake van het incident is niet tot stand gekomen. Partijen hebben in het incident wederom arrest gevraagd.
Verdere beoordeling in het incident
1. Ter onderbouwing van zijn stelling dat de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank thans een noodtoestand en een onomkeerbare situatie voor hem en zijn echtgenote zal doen ontstaan, heeft [appellant] een overzicht van de gezamenlijke inkomsten en uitgaven van hem en zijn partner overgelegd, alsmede afschriften van hun gezamenlijke betaalrekening over de periode van 1 januari 2011 t/m 31 juli 2011 en enige aanmaningen, een belastingaanslag en een salarisstrook.
2. Het hof is van oordeel dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat door voortgezette executie voor [appellant] een noodtoestand of een onomkeerbare situatie zal ontstaan. Uit de door [appellant] overgelegde stukken betreffende het kort geding waarin de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van het vonnis in de onderhavige zaak heeft opgeschort en [geïntimeerde] heeft bevolen enige beslagen op te heffen, blijkt dat zowel [appellant] als zijn partner elk een onderneming drijft. De door [appellant] overgelegde stukken geven geen enkel inzicht in de vermogenspositie van hemzelf en van de door hem en zijn partner gedreven ondernemingen. Gelet hierop kan het hof thans niet concluderen dat door voortzetting van de executie van het vonnis van de rechtbank in de onderhavige zaak een noodtoestand of een onomkeerbare situatie voor [appellant] zal ontstaan. Andere feiten of omstandigheden die het hof tot het oordeel zouden kunnen voeren dat het belang van [geïntimeerde] bij tenuitvoerlegging bij voorraad van het rechtbankvonnis zou moeten wijken voor de belangen van [appellant], zijn gesteld noch gebleken.
3. De slotsom is dat de vordering in het incident zal worden afgewezen. Het hof zal over de kosten van het incident in de hoofdzaak beslissen.
Beslissing
Het hof:
in het incident
- wijst de vorderingen van [appellant] tot opheffing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van de rechtbank in de onderhavige zaak van 26 januari 2011 en tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dat vonnis af;
- houdt elke verdere beslissing aan;
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 10 januari voor memorie van grieven.
Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, A.V. van den Berg en H.J.H. van Meegen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2011 in aanwezigheid van de griffier.