Strafrecht overig

Gerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Strafrecht overig

Gerechtshof 's-Gravenhage, 5 december 2008

Zaakgegevens

Op 5 december 2008 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
5 december 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
22-003444-07
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSGR:2008:BG7144
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003444-07

Parketnummer: 10-642811-07

Datum uitspraak: 5 december 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 8 juni 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Ethiopië) op [geboortedag] 1964,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 21 november 2008.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met een proeftijd van 2 jaren.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd. Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof stelt vast dat de stukken met betrekking tot de betekening aan de verdachte van de beschikking van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 3 mei 2005 geen deel uitmaken van het dossier. Op grond van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Naar het oordeel van het hof kan dan ook niet wettig en overtuigend worden bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. L.A.J.M. van Dijk,

mr. Chr.A. Baardman en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 december 2008.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.