Strafrecht overig

Blijkens een afschrift van de op 9 augustus 2007 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente…

Zaakgegevens

Op 3 februari 2009 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
3 februari 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
22-002625-07
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3656
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Blijkens een afschrift van de op 9 augustus 2007 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam opgemaakte akte van overlijden, met nummer 2A1120, is de verdachte op 4 augustus 2007 overleden. Derhalve is het recht tot strafvervolging ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht vervallen en zal het hof – met vernietiging van het vonnis waarvan beroep - het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002625-07

Parketnummer: 10-642806-06

Datum uitspraak: 3 februari 2009

VERSTEK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Rotterdam van

3 mei 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sierra Leone)

op [geboortedatum] 1983,

adres: [adres] te [woonplaats].

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Blijkens een afschrift van de op 9 augustus 2007 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam opgemaakte akte van overlijden, met nummer 2A1120, is de verdachte op 4 augustus 2007 overleden. Derhalve is het recht tot strafvervolging ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht vervallen en zal het hof - met vernietiging van het vonnis waarvan beroep - het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij]

zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 1.541,25.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 1.541,25.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering, nu de verdachte reeds is overleden.

Nu het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging van de verdachte, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij]

niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit arrest is gewezen door mr. B.A. Stoker-Klein,

mr. T.E. van der Spoel en mr. M. Moussault,

in bijzijn van de griffier mr. Y.H.G. van der Hut.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 februari 2009.