Strafrecht overig
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van…
ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3870 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 25 maart 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2010-bm3870
Zaakgegevens
Op 25 maart 2010 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 maart 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 22-006336-09
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3870
Samenvatting
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne. Tevens was verdachte in het bezit van een nationaal paspoort van Nederland waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was. Verdachte is veroordeeld tot 240 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Uitspraak
Rolnummer: 22-006336-09
Parketnummer: 15-801722-08
Datum uitspraak: 25 maart 2010
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te Amsterdam
meervoudige kamer voor strafzaken
zitting houdende te 's-Gravenhage
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 17 april 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1965,
[adres]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 maart 2010.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen met aftrek van voorarrest.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
"zij op of omstreeks 20 september 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet";
2.
"zij op of omstreeks 20 september 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Nederland, voorzien van het nummer [nummer], op naam gesteld van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1965, waarvan zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was".
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen met aftrek van voorarrest. Voorts is de teruggave gelast aan de uitgevende instantie van een nationaal paspoort van Nederland met nummer [nummer].
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve te worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. P.J. Wurzer, mr. D. Jalink en mr. J.C.F. van Gelder, in bijzijn van de griffier R. Luijken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 maart 2010.