Strafrecht overig

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, met name het feit…

Gerechtshof 's-Gravenhage, 5 januari 2011

Zaakgegevens

Op 5 januari 2011 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
5 januari 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
22-006809-08
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSGR:2011:BP1505
E-mail

Samenvatting

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, met name het feit dat naar het oordeel van het hof de verdachte niet in de positie heeft verkeerd om - zoals tenlastegelegd - te gedogen. De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken.

Uitspraak

Rolnummer: 22-006809-08

Parketnummer: 12-994501-08

Datum uitspraak: 5 januari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Middelburg van 28 november 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

[geboortedag] [geboortejaar],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 22 december 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis van beroep dient te worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde dient te worden veroordeeld tot een geldboete van EUR 1.000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis, waarvan EUR 500,- voorwaardelijk, subsidiair 10 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van

EUR 5.000,-, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan EUR 2.500,- voorwaardelijk, subsidiair 25 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode oktober 2006 tot en met 4 december 2007 te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een ander althans alleen, al dan niet opzettelijk, op een perceel gelegen aan of nabij de [straat] (perceel sectie [X]) zonder vergunning van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland of, ten aanzien van handelingen als bedoeld in het zesde lid van artikel 16 van de Natuurbeschermingswet 1998, van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in een beschermd natuurmonument, te weten "De Kop van Schouwen" (telkens) handelingen heeft verricht en/of heeft doen verrichten en/of heeft gedoogd die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon en/of voor de natuurwetenschappelijke betekenis van het beschermd natuurmonument en/of voor dieren of planten in het beschermde natuurmonument en/of die het beschermd natuurmonument ontsieren, aangezien verdachte toen aldaar een of meer container(s)/ had geplaatst en/of had doen laten plaatsen en/of die plaatsing en/of het (vervolgens) laten staan van die container(s) had gedoogd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, met name het feit dat naar het oordeel van het hof de verdachte niet in de positie heeft verkeerd om - zoals tenlastegelegd - te gedogen. De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Borgesius, mr. M.A. van der Ham en dr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier mr. M.Th.A. de Ridder.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 januari 2011.