Belastingrecht
Over de hoogte van de aanslag watersysteemheffing zijn partijen het eens. Belanghebbende is het niet eens met…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 april 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1115 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/bestuursrecht/belastingrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-1115
Zaakgegevens
Op 6 april 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 april 2022
- Datum publicatie
- 6 april 2022
- Zaaknummer
- 21/00293
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1115
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Over de hoogte van de aanslag watersysteemheffing zijn partijen het eens. Belanghebbende is het niet eens met de wijze waarop het waterschap invulling geeft aan haar taak. Het is echter niet aan de belastingrechter om daarover een oordeel te geven.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 21 december 2020
ECLI:NL:RBOBR:2020:6372Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 april 2022deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2022:1115
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 21/00293
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 21 december 2020, nummer SHE 19/2906 in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van het Waterschap de Dommel,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft de aanslag watersysteemheffing 2019 (hierna: de aanslag) opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft in reactie op het verweerschrift een conclusie van repliek ingediend. De heffingsambtenaar heeft vervolgens een conclusie van dupliek ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.
De zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2022 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de woning gelegen aan de [adres] in [woonplaats] .
Met dagtekening 30 juni 2019 heeft de heffingsambtenaar aan belanghebbende de aanslag opgelegd. Het bedrag van de aanslag is € 72,61.
Op de achterkant van het aanslagbiljet is de volgende tekst opgenomen:
“Watersysteemheffing betaalt u voor de bescherming tegen wateroverlast voor inwoners en bedrijven. En we zorgen ervoor dat er voldoende water is voor landbouw en natuur.”
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of het Waterschap De Dommel (hierna: het Waterschap) haar middelen op de juiste wijze besteedt.
Niet in geschil is dat het hoger beroep van belanghebbende zich niet richt tegen de heffing van watersysteemheffing in zijn algemeenheid en ook niet tegen de aanslag of de hoogte ervan in het bijzonder.
4 Gronden
Ten aanzien van het geschil
Belanghebbende kan zich vinden in de aanslag en de hoogte ervan. In zoverre bestaat er tussen partijen geen geschil. Het hoger beroep richt zich tegen de wijze waarop het Waterschap invulling geeft aan haar taak. Het hof heeft echter niet de wettelijke bevoegdheid om daarover te mogen oordelen en is dus in zoverre onbevoegd.
In dit geval ligt namelijk slechts ter beoordeling voor de aanslag. Dat is een besluit in de zin van artikel 1:3, lid 1, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), meer specifiek een beschikking in de zin van artikel 1:3, lid 1, Awb waartegen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld. De werkzaamheden van het Waterschap waar belanghebbende het niet mee eens is, zoals het aanbrengen van meanders, zijn geen besluiten in de zin van de Awb - schriftelijke beslissingen van een bestuursorgaan - laat staan belastingaanslagen of voor bezwaar vatbare beschikkingen waartegen - na bezwaar - bij de belastingrechter beroep kan worden ingesteld. Voor de belastingrechter ligt hier dus geen taak.
Tussenconclusie
Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.
Ten aanzien van de proceskosten
Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Awb.
5 Beslissing
Het hof:
-
verklaart het hoger beroep ongegrond;
-
bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door M.J.C. Pieterse, voorzitter, P.C. van der Vegt en T.A. Gladpootjes, in tegenwoordigheid van E.J.M. Bohnen, als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2022 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
-
Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
-
(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
-
Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
-
de naam en het adres van de indiener;
-
de dagtekening;
-
een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
-
e gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.