Belastingrecht

Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 april 2024

Zaakgegevens

Op 10 april 2024 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10 april 2024
Datum publicatie
10 april 2024
Zaaknummer
22/01265 tot en met 22/01269
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:1207
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 25 mei 2022

    ECLI:NL:RBZWB:2022:2889
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2024:1207

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 21 november 2025

    ECLI:NL:HR:2025:1746

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Enkelvoudige Belastingkamer

Nummers: 22/01265 tot en met 22/01269

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 25 mei 2022, nummers BRE 20/6565 tot en met 20/6568 en 20/10349 in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk,

hierna: de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aanslagen riool- en afvalstoffenbelasting en GFT- en restafval opgelegd.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft vóór de zitting een nader stuk ingediend. Dit stuk is doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.

1.6.

De zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en zijn neef [neef] , en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] .

1.7.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende woont sinds februari 1969 met zijn ouders en andere gezinsleden aan de [adres] in [woonplaats] . Zijn beide grootvaders waren militair van het Nederlands Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (hierna: KNIL). In september 2018 is zijn vader overleden.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft de volgende aanslagen opgelegd:

Hofnummer

Aanslag

Jaar/periode

Aanslagnummer

Dagtekening

22/01265

Riool- en afvalstoffen

2020

[aanslagnummer 1]

31-01-2020

22/01266

Riool- en afvalstoffen

2019

[aanslagnummer 2]

31-01-2019

22/01267

Afval GFT en rest

10/11/12 2019

[aanslagnummer 3]

31-01-2020

22/01268

Afval rest

5 2019

[aanslagnummer 4]

31-07-2019

22/01269

Afval

5/6 2020

[aanslagnummer 5]

31-07-2020

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de aanslagen terecht zijn opgelegd.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de aanslagen. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

Ten aanzien van het geschil

4.1.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de aanslagen ten onrechte zijn opgelegd, omdat hij geen ingezetene is, maar staatsburger van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië.

4.2.

Het hof verwerpt dit betoog. De onderhavige heffingen zijn niet afhankelijk van de vraag of iemand ingezetene is, maar of iemand gebruiker is van de onroerende zaak. Vaststaat dat belanghebbende gebruiker is van de woning [adres] in [woonplaats] . De aanslagen zijn dan ook terecht opgelegd aan belanghebbende.

4.3.

Voorzover belanghebbende betoogt dat op grond van andere regelingen, zoals bijvoorbeeld het Rijksverzorgingsbeleid voor Ambonezen, de Nederlandse Staat verantwoordelijk is voor het voldoen van de onderhavige heffingen, kan dat de rechtmatigheid van de aanslagen niet aantasten en geen onderwerp van dit geschil zijn. Het hof wijst overigens op uitspraken van het Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden waarin vergelijkbare stellingen zijn verworpen. De tegen deze uitspraken ingestelde cassatieberoepen zijn door de Hoge Raad met toepassing van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie, niet-ontvankelijk verklaard.

Tussenconclusie

4.4.

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.

Ten aanzien van het griffierecht

4.5.

Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.

Ten aanzien van de proceskosten

4.6.

Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.

5 Beslissing

Het hof:

  • verklaart het hoger beroep ongegrond;

  • bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door T.A. Gladpootjes, raadsheer, in tegenwoordigheid van E.A.D. Dockx, als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 april 2024 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

De griffier, De raadsheer,

E.A.D. Dockx T.A. Gladpootjes

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

  1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

  2. (Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

  3. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

  4. e gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.

O.a. Hof Amsterdam 12 maart 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1724, Hof Amsterdam 20 juli 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3119. Hof Arnhem-Leeuwarden 15 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9844.