Arbeidsrecht

Werknemer bij wie maligne mesothelioom is geconstateerd spreekt voormalig werkgever aan op de voet van…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 november 2016

Zaakgegevens

Op 22 november 2016 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22 november 2016
Datum publicatie
22 november 2016
Zaaknummer
200.200.077/01
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. P.J klein Gunnewiek te Utrecht, mr. R.F Ruers te Utrecht
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2016:5227
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Werknemer bij wie maligne mesothelioom is geconstateerd spreekt voormalig werkgever aan op de voet van artikel 7:658 BW. In eerste aanleg heeft bewijslevering plaatsgevonden. Het hof wil getuigen (nader) horen en gelast tevens een meervoudige comparitie.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 april 2016

    ECLI:NL:RBZWB:2016:2452
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2016:5227

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 februari 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:491

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.200.077/01

arrest van 22 november 2016

in de zaak van

Bakkersland [vestigingsnaam] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. P.J. klein Gunnewiek te Utrecht,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.F. Ruers te Utrecht,

op het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda gewezen vonnis van 20 april 2016 tussen appellante als gedaagde en geïntimeerde als eiser.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2723322 CV EXPL 14-510)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar de vonnissen van 9 april 2014, 13 augustus 2014, 23 december 2015 en 13 juli 2016.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Appellante heeft bij exploot van 15 juli 2016 aangezegd van genoemd vonnis in hoger beroep te komen met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.

2.2.

Bij brief van 3 oktober 2016 heeft appellante verzocht om een comparitie na aanbrengen te gelasten.

2.3.

Ter rolle van 4 oktober 2016 is de zaak aangebracht en is geïntimeerde bij advocaat verschenen.

3 De beoordeling

3.1.

Het hof ziet aanleiding om een meervoudige comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling of de doorwijzing naar mediation. Voorts kan de comparitie worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. Het hof verwijst voor nadere algemene informatie over de comparitie naar www.rechtspraak.nl (deelsite Gerechtshof 's-Hertogenbosch, onder “Regels en procedures”).

3.2.

De geplande duur van de zitting is anderhalf uur. Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

3.3.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat partijen in persoon, als het om een rechtspersoon gaat deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is, op 12 januari 2017 om 09:30 uur zullen verschijnen voor de meervoudige kamer van het hof, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch, met de hiervoor onder 3.1 vermelde doeleinden;

bepaalt dat de advocaat van appellante uiterlijk 13 december 2016 een fotokopie in viervoud van het volledige procesdossier zal overleggen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. Brandenburg, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en M.A. Wabeke en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 november 2016.

griffier rolraadsheer