Arbeidsrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Arbeidsrecht

Zaakgegevens

Op 6 november 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
6 november 2018
Datum publicatie
6 november 2018
Zaaknummer
200.170.463_01
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. D.W Boere te Terneuzen, mr. R.M.A Lensen te Terneuzen
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2018:4577
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

overgang van onderneming

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 25 februari 2015

    ECLI:NL:RBZWB:2015:3281
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 april 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:1507

    Overig

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 november 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2018:4577

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 maart 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:969

Uitspraak

Inhoudsopgave

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.170.463/01

arrest van 6 november 2018

gewezen in het incident ex artikel 225 Rv

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

verweerster in het schorsingsincident,

advocaat: mr. D.W. Boere te Terneuzen,

tegen

Stichting Warmande,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

eiseres in het schorsingsincident,

advocaat: mr. R.M.A. Lensen te Terneuzen,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 10 april 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer 3195353/14-4143 gewezen vonnis van 25 februari 2015.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het tussenarrest van 10 april 2018;

  • de akte na tussenarrest van [appellante] ;

  • de akte schorsing rechtsgeding van Warmande;

  • de antwoordakte van [appellante] .

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De beoordeling

In het incident

6.1.

De incidentele vordering van Warmande strekt tot het inroepen van schorsing van het onderhavige geding op de voet van artikel 225 lid 2 eerste zin Rv. Warmande stelt daartoe dat haar onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. BW op basis van een zogeheten activa/passiva transactie is overgegaan naar de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZorgSaam [vestigingsnaam] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigings- en kantoorplaats] .

Gelet daarop is volgens haar reden voor schorsing van het onderhavige geding op de voet van artikel 225 eerste lid aanhef en onder c Rv, omdat sprake is van het ophouden van de betrekkingen waarin Warmande het geding voerde (de hoedanigheid van werkgever van [appellante] ) aangezien als gevolg van die transactie de arbeidsverhouding tussen Warmande

en [appellante] met ingang van 1 juli 2018 is geëindigd.

6.2.

[appellante] voert gemotiveerd verweer.

6.3.

Ingevolge het bepaalde in artikel 225, eerste lid, aanhef en onder c Rv is een grond voor schorsing van het geding het ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde, hetzij ten gevolge van rechtsopvolging onder algemene titel op een ander, hetzij door een andere oorzaak.

[appellante] heeft niet betwist dat als gevolg van de activa/passiva transactie in de zin van artikel 7:662 e.v. BW de onderneming van Warmande waar [appellante] werkzaam is, per 1 juli 2018 is overgegaan naar ZorgSaam [vestigingsnaam] B.V., zodat het hof hiervan uitgaat. Dit betekent echter niet dat Warmande hierdoor in deze procedure geen formele procespartij meer is. Alleen al, zoals [appellante] terecht aanvoert, omdat Warmande op grond van het bepaalde in artikel 7:663 BW nog gedurende één jaar naast de verkrijger ZorgSaam [vestigingsnaam] B.V., hoofdelijk verbonden is voor de nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, die zijn ontstaan vóór dat tijdstip. Verder volgt uit de enkele activa/passiva transactie van Warmande aan ZorgSaam [vestigingsnaam] B.V. nog niet dat [appellante] Warmande niet meer zou kunnen aanspreken voor de vorderingen van [appellante] uit de jaren vóór 1 juli 2018.

6.4.

De vordering van Warmande zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Warmande worden veroordeeld in de proceskosten.

In de hoofdzaak

6.5.

Het hof constateert dat de zaak reeds tweemaal op de rol heeft gestaan voor antwoordakte na tussenarrest aan de zijde van Warmande. Aan haar zal nog eenmaal een korte termijn worden gegund om die antwoordakte te nemen, ambtshalve peremptoir. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7 De beslissing

Het hof:

in het incident:

wijst de vordering van Warmande af;

veroordeelt Warmande in de proceskosten van het incident, welke kosten aan de zijde van [appellante] worden begroot op € 1.074,-- (1 punt liquidatietarief II) aan salaris advocaat;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 20 november 2018 voor antwoordakte aan de zijde van Warmande, ambtshalve peremptoir;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 november 2018.

griffier rolraadsheer