Burgerlijk procesrecht
Anticipatie door eiser mogelijk? Gedaagde onredelijk in belangen geschaad? Art. 126 Rv
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 juni 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:1827 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-ghshe-2021-1827
Zaakgegevens
Op 15 juni 2021 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 15 juni 2021
- Datum publicatie
- 15 juni 2021
- Zaaknummer
- 200.295.249_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.M Molkenboer te Tilburg, mr. H.P. Kamerbeek te Tilburg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2021:1827
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Anticipatie door eiser mogelijk? Gedaagde onredelijk in belangen geschaad?
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.295.249/01
rolbeslissing van 15 juni 2021
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te Tilburg,
appellante,
advocaat: mr. J.M. Molkenboer te Tilburg,
tegen
-
[de vennootschap 1] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestiging/kantoorplaats] , -
[de Holding B.V.] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestiging/kantoorplaats] , -
[Haarstudio B.V.] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestiging/kantoorplaats] , -
[Holding BVBA] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestiging/kantoorplaats] , België,
5. [de vennootschap 2] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestiging/kantoorplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. H.P. Kamerbeek te Tilburg.
Motivering
Het exploot van dagvaarding is uitgebracht op 16 december 2020. Dat is binnen de in artikel 339 lid 2 Rv voor kort geding zaken voorgeschreven termijn van vier weken. Appellante heeft gedagvaard tegen de roldatum dinsdag 12 september 2023. Vervolgens heeft appellante een anticipatie-exploot uitgebracht op 31 mei 2021 en de procedure bij vervroeging aangebracht tegen de roldatum van 8 juni 2021. Op die roldatum heeft appellante ook de memorie van grieven tevens houdende vermeerdering van eis genomen. Bij H2-formulier heeft de advocaat van geïntimeerden zich, het hof begrijpt onder protest, gesteld. In dit formulier is aangegeven dat geïntimeerden niet akkoord zijn met de vervroegde roldatum en hebben daartegen bezwaar maken. Gelet daarop zal appellante in de gelegenheid worden gesteld zich daarover bij akte uit te laten. Geïntimeerden zullen in de gelegenheid worden gesteld bij antwoordakte te reageren.
De beslissing
Verwijst de zaak naar de rol van 29 juni 2021 voor akte aan de zijde van appellante met het hiervoor vermelde doel, waarna geïntimeerden op een termijn van twee weken in de gelegenheid zullen worden gesteld hierop bij antwoordakte te reageren.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.M.A.M. Venhuizen, rolraadsheer, in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2021 en ondertekend door de griffier en de rolraadsheer.
griffier rolraadsheer