Burgerlijk procesrecht
Procesrecht; pilotreglement Hof Den Bosch. Akte niet-dienen na afwijzing verzoek om nader uitstel voor…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 juli 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:3090 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2013-3090
Zaakgegevens
Op 16 juli 2013 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 16 juli 2013
- Datum publicatie
- 16 juli 2013
- Zaaknummer
- HD 200.123.600_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. I.M.B Kramer te Amsterdam, mr. W.F.M Giebels-Derks te Boxtel
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2013:3090
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Procesrecht; pilotreglement Hof Den Bosch. Akte niet-dienen na afwijzing verzoek om nader uitstel voor verrichten proceshandeling. Gebruik onjuist H-formulier, niet vermelden van klemmende redenen. Beslissing op verzoek op zodanig tijdstip dat in geval van weigering de verzoeker nog de gelegenheid heeft de proceshandeling tijdig te verrichten (HR 17 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1774, NJ 2013/376).
Procesgang
Uitspraak · 2011
ECLI:NL:RBSHE:2011:9202Uitspraak · 2012
ECLI:NL:RBSHE:2012:1220Uitspraak · 2012
ECLI:NL:RBSHE:2012:5326Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 juli 2013deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2013:3090
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 december 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:6334Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juni 2014
ECLI:NL:PHR:2014:534Hoge Raad · 26 september 2014
ECLI:NL:HR:2014:2804(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 januari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:198
Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.123.600/01
arrest van 16 juli 2013
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. I.M.B. Kramer te Amsterdam,
tegen:
[de man] ,
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. W.F.M. Giebels-Derks te Boxtel,
op het bij exploot van dagvaarding van 17 januari 2013 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector civiel recht, gewezen vonnissen van 27 februari 2012 [het hof begrijpt: 21 december 2011] en 17 oktober 2012 tussen appellante - [appellante] - als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie, en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak- en rolnr. 234882 / HA ZA 11-1361)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen. Het hof merkt hierbij op, dat uit de weergave van het procesverloop in r.o. 1.1 van het vonnis van 17 oktober 2012 blijkt dat de rechtbank niet op 27 februari 2012, zoals [appellante] in de appeldagvaarding heeft aangegeven, maar op 21 december 2011 een tussenvonnis heeft gewezen. Blijkens diezelfde weergave heeft op 27 februari 2012 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Uit de gedingstukken blijkt niet dat de rechtbank op die datum ook (mondeling of schriftelijk) vonnis zou hebben gewezen. Het hof begrijpt de datum van 27 februari 2012 in de appeldagvaarding dan ook als een kennelijke verschrijving en leest in plaats daarvan 21 december 2011.
Het tussenvonnis van 21 december 2011 is overigens niet overgelegd.
2 Het geding in hoger beroep
[appellante] heeft bij voormeld exploot [geïntimeerde] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 19 maart 2013, teneinde op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen zoals in het petitum van de appeldagvaarding is vermeld.
[appellante] heeft de zaak aangebracht ter rolzitting van 19 maart 2013. Iedere partij heeft een advocaat doen stellen.
Nadat aan [appellante] eenmaal een termijn van zes weken en eenmaal een uitstel van vier weken was verleend voor het nemen van de memorie van grieven, heeft [appellante] niet van grieven gediend.
Op de rol van 25 juni 2013 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van [appellante] om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan [geïntimeerde] akte van niet-dienen verleend.
Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof zal recht doen op basis van de gedingstukken in het griffiedossier.
3 De beoordeling
[appellante] heeft tegen het beroepen vonnis geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat [appellante] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Uit het voorgaande volgt dat het hof niet toekomt aan enige beoordeling van de beslissingen in het vonnis waarvan beroep.
[appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
4 De uitspraak
Het hof:
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak begroot op € 683,- aan verschotten en op € 447,- voor salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 juli 2013.