Burgerlijk procesrecht
-ontslag van instantie door niet betalen griffierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 november 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:5333 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2013-5333
Zaakgegevens
Op 12 november 2013 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 12 november 2013
- Datum publicatie
- 12 november 2013
- Zaaknummer
- HD 200.130.049_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.A.A Voermans, mr. R.M.I Cornelissen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2013:5333
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
-ontslag van instantie door niet betalen griffierecht
Procesgang
Uitspraak · 2012
ECLI:NL:RBROE:2012:1929Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2013:5333
Overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 oktober 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4162Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.130.049/01
arrest van 12 november 2013
in de zaak van
Omega B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
appellante,
advocaat: mr. H.A.A. Voermans,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.M.I. Cornelissen, en
Entertainment Club Benelux B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
in hoger beroep niet verschenen,
geïntimeerden,
op het bij exploot van dagvaarding van 3 juli 2013 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roemond, sector kanton, locatie Roermond, gewezen vonnis van 2 maart 2012 en het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond , gewezen vonnis van 17 april 2013 tussen appellante - Omega - als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, en geïntimeerden - [geïntimeerde] respectievelijk ECB - als gedaagden in conventie, eisers in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 324436/CV EXPL 11-6324)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 17 januari 2012.
2 Het geding in hoger beroep
Omega heeft bij voormeld exploot [geïntimeerde] en ECB opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 16 juli 2013. Op de rol van die datum heeft Omega de zaak aangebracht. Voor zowel Omega als [geïntimeerde] heeft zich een advocaat gesteld. Tegen ECB is verstek verleend.
Zowel Omega als [geïntimeerde] is in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen vier weken na de eerste rolzitting, derhalve uiterlijk op 13 augustus 2013, te voldoen. Geconstateerd is dat Omega het griffierecht niet tijdig heeft voldaan.
Omega en [geïntimeerde] hebben ieder een akte genomen.
Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen.
3 De motivering
Op grond van artikel 3 lid 1 jo. 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) en artikel 353 jo. 127a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de rechter in beginsel ontslag van instantie uit te spreken indien de appellant het door hem verschuldigde griffierecht niet of niet tijdig (binnen vier weken na de eerste uitroeping van de zaak) heeft voldaan. Alleen in de bij wet voorziene situatie dat toepassing van de sanctie, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, mag de rechter afzien van het toepassen van de sanctie van ontslag van instantie (art. 127a lid 3 Rv).
Volgens opgave van de financiële administratie heeft Omega het griffierecht op 15 augustus 2013, derhalve te laat, betaald.
Omega heeft niet betwist dat het griffierecht te laat is betaald, maar voert als omstandigheden aan dat haar advocaat werkzaam is op een klein advocatenkantoor, dat haar advocaat en diens secretaresse in de desbetreffende periode met vakantie waren en dat het een slechts geringe termijnoverschrijding van twee dagen betreft. Die omstandigheden moeten leiden tot toepassing van de hardheidsclausule van 127a lid 3 Rv, aldus Omega.
Naar het oordeel van het hof kan hetgeen door Omega is aangevoerd niet leiden tot het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten van het bepaalde in artikel 127a lid 2 Rv. Van een advocatenkantoor mag worden verwacht dat het zo is georganiseerd dat rekening wordt gehouden met termijnen als de onderhavige en de gevolgen die de wet aan dergelijke termijnen verbindt. De overschrijding van de termijn voor het betalen van het griffierecht is dan ook niet verschoonbaar. De omstandigheid dat slechts twee dagen te laat is betaald maakt dat niet anders.
[geïntimeerde] heeft bij akte laten weten dat hij voornemens is incidenteel appel in te stellen. Gelet daarop zal het hof nog niet overgaan tot het verlenen van ontslag van instantie in principaal appel.
4 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 7 januari 2014 voor memorie van grieven in incidenteel appel aan de zijde van [geïntimeerde] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en
M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 november 2013.