Burgerlijk procesrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Burgerlijk procesrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 maart 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:660 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2014-660
Zaakgegevens
Op 11 maart 2014 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 11 maart 2014
- Datum publicatie
- 11 maart 2014
- Zaaknummer
- HD 200.094.590-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.L.M Arets, mr. J.M.A Loevendie
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2014:660
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
tussenarrest
Procesgang
Uitspraak · 2011
ECLI:NL:RBBRE:2011:6159Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 maart 2014deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2014:660
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 juli 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:2206Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 oktober 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2048Hoge Raad · 15 januari 2016
ECLI:NL:HR:2016:65(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ?s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.094.590/01
arrest van 11 maart 2014
in de zaak van
1 [appellant 1] ,
2. [appellant 2] ,
beiden h.o.d.n. [appellanten] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland),
appellanten,
advocaat: mr. J.L.M. Arets,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.M.A. Loevendie,
op het bij exploot van dagvaarding van 22 augustus 2011 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank Breda gewezen vonnissen van 16 maart 2011 en 25 mei 2011 tussen appellanten - [appellanten] - als eisers en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknummer/rolnummer: 228579/HA ZA 10-2318)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 22 augustus 2011;
- de memorie van grieven van [appellanten] van 5 maart 2013 met producties;
- de ambtshalve verleende akte niet dienen op 14 mei 2013 voor de memorie van antwoord.
Het hof heeft uitspraak bepaald op heden en doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3 De gronden van het hoger beroep
Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.
4 De beoordeling
Tegen het tussenvonnis van 16 maart 2011 staat op grond van artikel 131 Rv geen hoger beroep open, zodat [appellanten] in zijn hoger beroep tegen dat vonnis niet-ontvankelijk verklaard zal worden.
Het gaat in deze zaak om een vordering van [appellanten] op [geïntimeerde] ten bedrage van € 28.000,= met rente en kosten op grond van onrechtmatige daad (oplichting in 2005 met betrekking tot een Mercedes). [geïntimeerde] heeft de vordering betwist.
Bij tussenvonnis van 16 maart 2011 heeft de rechtbank een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft op 4 mei 2011 plaatsgevonden. Bij eindvonnis van 25 mei 2011 heeft de rechtbank de vordering van [appellanten] als onbewezen en daarom ongegrond afgewezen met veroordeling van [appellanten] in de proceskosten.
Alvorens op de zaak zelf in te gaan overweegt het hof het volgende:
-
Het procesdossier zoals dit door [appellanten] bij brief van 7 juni 2013 is overgelegd, voldoet niet aan het bepaalde in artikel 3.1.e van het geldende procesreglement. Het is namelijk één grote stapel losse bladzijden zonder enige ordening.
-
Bij zijn memorie van grieven heeft [appellanten] als productie 2 een in het Duits gestelde verklaring overgelegd met de mededeling dat hij bij akte een beëdigde vertaling ervan in het geding zal brengen. Dat is evenwel niet gebeurd zodat het hof deze verklaring buiten beschouwing zal laten. Dat geldt ook voor de overige producties van [appellanten] die niet in het Nederlands zijn gesteld en niet zijn voorzien van een vertaling in het Nederlands.
-
[appellanten] heeft in eerste aanleg de stukken overgelegd van een voorlopig getuigenverhoor dat op zijn verzoek op 24 januari 2007, 16 april 2007, 15 augustus 2007, 5 augustus 2008 en 18 maart 2009 heeft plaatsgevonden en na laatstgenoemde zitting kennelijk niet is voortgezet. Het hof merkt op dat de wederpartij van [appellanten] daarbij niet [geïntimeerde] was, maar [betrokkene] , zodat artikel 192 lid 1 Rv hier toepassing mist.
[appellanten] heeft bij zijn memorie van grieven als productie 1 een verstekvonnis overgelegd van de rechtbank Breda van 11 augustus 2010 in een procedure tussen [appellanten] en [geïntimeerde] (zaaknummer/rolnummer: 220997/HA ZA 10-1183). [appellanten] vermeldt hierbij dat in die zaak de rechtbank op grond van dezelfde stukken wel tot een veroordeling is gekomen. Bedoelde stukken, met inbegrip van de inleidende dagvaarding, heeft [appellanten] bij eerdergenoemde brief van 7 juni 2013 eveneens toegezonden. Het gaat in beide zaken om dezelfde wederpartij, hoewel de achternaam [geïntimeerde] / [geïntimeerde] verschillend wordt gespeld. Dit blijkt onder meer uit de verwijzing door [geïntimeerde] bij de comparitie van partijen in eerste aanleg (als [geïntimeerde] - [geïntimeerde] ) naar de verklaring die zij bij het voorlopig getuigenverhoor (als [geïntimeerde] - [geïntimeerde] ) heeft afgelegd. Dit betekent dat de vordering die [appellanten] in de onderhavige procedure bij dagvaarding in eerste aanleg van 7 december 2010 heeft ingesteld op dat moment reeds aan hem was toegewezen. Door [appellanten] is niet aangegeven welk belang hij onder deze omstandigheden heeft bij de onderhavige procedure. Het hof zal [appellanten] in de gelegenheid stellen hierop bij akte in te gaan. [geïntimeerde] zal hierop bij antwoordakte kunnen reageren. Voor enig ander doel is deze aktewisseling niet bestemd.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
5 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 8 april 2014 voor akte aan de zijde van [appellanten] met het hiervoor onder 4.4 aangegeven doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 maart 2014.