Burgerlijk procesrecht

Burenrecht. Artikel 3:303 BW. Onvoldoende belang bij vordering tot nakoming (verwijdering wortel(s) boom)…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 mei 2015

Zaakgegevens

Op 12 mei 2015 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12 mei 2015
Datum publicatie
12 mei 2015
Zaaknummer
HD200.161.122_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. J.J Baltus te Landgraaf, mr. R.C Breuls te Geleen
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2015:1703
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Burenrecht. Artikel 3:303 BW. Onvoldoende belang bij vordering tot nakoming (verwijdering wortel(s) boom) omdat eiser een even afdoend eenvoudiger middel om zijn recht te verwezenlijken ten dienste staat dan het instellen van een rechtsvordering, namelijk het alsnog toelaten van de nakoming.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBLIM:2014:8101
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 mei 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2015:1703

    Overig

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.161.122/01

arrest van 12 mei 2015

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. J.J. Baltus te Landgraaf,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.C. Breuls te Geleen,

op het bij exploot van dagvaarding van 13 oktober 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 16 juli 2014, gewezen tussen appellant als eiser en geïntimeerde als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/185091/HA ZA 13-405)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Appellant heeft bij voormeld exploot geïntimeerde opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 16 december 2014, teneinde op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen zoals in het petitum van de appeldagvaarding is vermeld.

2.2.

Nadat aan appellant in verband met de inwerkingtreding van het 'Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch' eenmaal een termijn en een gewoon uitstel was verleend voor het nemen van de memorie van grieven, heeft appellant niet van grieven gediend.

2.3.

Op de rol van 24 maart 2015 heeft de rolraadsheer ambtshalve akte van niet-dienen verleend.

2.4.

Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof zal recht doen op basis van de gedingstukken in het griffiedossier.

3 De beoordeling

Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1064 zal het hof appellant nog éénmaal in de gelegenheid stellen om alsnog de memorie van grieven te nemen op de datum zoals in het dictum vermeld.

4 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 26 mei 2015 voor het nemen van de memorie van grieven aan de zijde van appellant.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 mei 2015.

griffier rolraadsheer