Burgerlijk procesrecht
Appellante heeft niet van grieven gediend, waarna de rolraadsheer ambtshalve akte van niet-dienen heeft…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 augustus 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:3353 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 augustus 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2018-3353
Zaakgegevens
Op 7 augustus 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 7 augustus 2018
- Datum publicatie
- 7 augustus 2018
- Zaaknummer
- 200.236.661_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.J.H van den Dungen te 's-Hertogenbosch, mr. D.D Versluis te Breda
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:3353
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Appellante heeft niet van grieven gediend, waarna de rolraadsheer ambtshalve akte van niet-dienen heeft verleend. Hof verklaart appellante niet-ontvankelijk.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 augustus 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2018:3353
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 oktober 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1102Hoge Raad · 20 december 2019
ECLI:NL:HR:2019:2027(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.236.661/01
arrest van 7 augustus 2018
in de zaak van
[verhuur] Verhuur B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. R.J.H. van den Dungen te 's-Hertogenbosch,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. D.D. Versluis te Breda,
op het bij exploot van dagvaarding van 21 maart 2018 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven van 13 augustus 2015, 1 december 2016 en 21 december 2017, gewezen tussen appellante als eiseres en geïntimeerden als gedaagden.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4251676 / rolnummer 15-7114)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.
2 Het geding in hoger beroep
Appellante heeft bij voormeld exploot geïntimeerden opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 10 april 2018 en heeft de zaak op die rol aangebracht. Geïntimeerden zijn op die rol verschenen.
Nadat aan appellante eenmaal een termijn was verleend voor het nemen van de memorie van grieven en eenmaal een ambtshalve peremptoir uitstel van vier weken, heeft appellante niet van grieven gediend en heeft de rolraadsheer op de rol van 17 juli 2018 ambtshalve akte van niet-dienen verleend.
Daarna is een datum voor arrest bepaald.
3 De beoordeling
Appellante heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat zij in het hoger beroep niet kan worden ontvangen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellante worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
4 De uitspraak
Het hof:
verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerden tot aan deze uitspraak begroot op € 318,-- aan griffierecht en op € 379,50 (½ punt liquidatietarief I).
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 augustus 2018.
griffier rolraadsheer