Burgerlijk procesrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Burgerlijk procesrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 oktober 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4375 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2018-4375
Zaakgegevens
Op 23 oktober 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2018
- Datum publicatie
- 23 oktober 2018
- Zaaknummer
- 200.247.229_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J.M.G van Gerwen te 's-Hertogenbosch, mr. T.J Kreeftenberg te Eindhoven
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4375
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
voeging ex art. 222 Rv
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 oktober 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2018:4375
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:6446Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 juli 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:2268
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.247.229/01
arrest van 23 oktober 2018
gewezen in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
advocaat: mr. M.J.M.G. van Gerwen te 's-Hertogenbosch,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
advocaat: mr. T.J. Kreeftenberg te Eindhoven,
op het bij exploot van dagvaarding van 1 oktober 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 11 juli 2018, gewezen tussen appellante – [appellante] – als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C03/224900 / HA ZA 16-496)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het vonnis van 5 september 2018 waarbij de rechtbank partijen verlof heeft verleend om tussentijds hoger beroep in te stellen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep met incidentele conclusie toe voeging ex artikel 222 Rv;
-
het H2-formulier van [geïntimeerde] waarin hij laat weten geen bezwaar te maken tegen de gevraagde voeging.
Het hof heeft daarna een datum bepaald voor arrest in het incident.
3 De beoordeling
In het incident
De vordering van [appellante] strekt tot voeging van de onderhavige procedure met de bij dit hof reeds aanhangige procedure met zaaknummer 200.246.505/01. Ter onderbouwing van haar vordering stelt [appellante] kort gezegd dat sprake is van verknochtheid omdat in beide procedures dezelfde partijen zijn betrokken en beide procedures handelen over hetzelfde onderwerp.
[geïntimeerde] heeft geen bezwaar tegen voeging van de procedures.
Het hof stelt vast dat beide procedures betrekking hebben op hetzelfde tussenvonnis en dat sprake is van verknochtheid. Nu verder [geïntimeerde] geen bezwaar heeft tegen de gevorderde voeging, zal de incidentele vordering tot voeging worden toegewezen.
Wellicht ten overvloede overweegt het hof dat de vorderingen, ondanks de formele voeging, hun zelfstandigheid behouden (HR 21 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2500). Dat betekent dat partijen door vermelding van de zaaknummers steeds duidelijk moeten maken op welke procedure hun memories en/of akten betrekking hebben.
Omdat geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij kan worden beschouwd, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
In de hoofdzaak
De zaak wordt naar de rol verwezen voor memorie van grieven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
Het hof:
in het incident:
beveelt de voeging van de onderhavige zaak met zaaknummer 200.247.229/01 met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.246.505/01 tussen [geïntimeerde] als appellant en [appellante] als geïntimeerde;
compenseert de proceskosten van het incident tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 4 december 2018 voor memorie van grieven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 oktober 2018.
griffier rolraadsheer