Burgerlijk procesrecht
Verzoek om tussentijds cassatieberoep open te stellen op tussenarrest.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 juni 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1852 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-1852
Zaakgegevens
Op 14 juni 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 juni 2022
- Datum publicatie
- 14 juni 2022
- Zaaknummer
- 200.270.334_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.M Wagenaar te Enschede, mr. F.R.H van der Leeuw te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1852
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om tussentijds cassatieberoep open te stellen op tussenarrest.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 18 september 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:5430Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:328Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 april 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1239Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2022:1852
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.270.334/01
arrest van 14 juni 2022
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats],
appellant in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [[ X ]],
advocaat: mr. J.M. Wagenaar te Enschede,
tegen
Van Lanschot N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, appellante in principaal hoger beroep,
hierna aan te duiden als Van Lanschot,
advocaat: mr. F.R.H. van der Leeuw te Amsterdam,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 19 april 2022, op het bij exploot van dagvaarding van 23 oktober 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 18 september 2019, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [[ X ]] als eiser en Van Lanschot als gedaagde.
5 Het arrest van 19 april 2022
Bij genoemd arrest heeft het hof, op het principaal hoger beroep en het incidenteel hoger beroep, het hiervoor genoemde vonnis van 18 september 2019 vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch om de zaak verder te beslissen met inachtneming van de overwegingen van genoemd arrest, met compensatie van de kosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
6. Het verzoek zijdens Van Lanschot tot het openstellen van tussentijds cassatieberoep
Bij brief van 24 mei 2022, ingekomen ter griffie van het hof op diezelfde datum, heeft Van Lanschot het hof verzocht het arrest van 19 april 2022 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
Bij brief van 25 mei 2022, ingekomen ter griffie op 27 mei 2022, heeft [[ X ]] gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen voormeld verzoek.
7 De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek. Het hof heeft bij het arrest van 19 april 2022 inhoudelijke beslissingen genomen die bepalend zullen zijn voor de uitkomst van de procedure bij de rechtbank. Het hof acht het daarom doelmatig tussentijds cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 19 april 2002.
8 De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 19 april 2022 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, B.E.L.J.C. Verbunt en Chr. F. Kroes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 juni 2022.
griffier rolraadsheer