Burgerlijk procesrecht

Akte niet-dienen verleend. Appellante heeft niet binnen de gegeven termijnen de memorie van grieven genomen.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 mei 2023

Zaakgegevens

Op 9 mei 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 mei 2023
Datum publicatie
9 mei 2023
Zaaknummer
200.320.235_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. R Janssen te Helmond, mr. A.M Pesman te Heerenveen
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:1485
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Akte niet-dienen verleend. Appellante heeft niet binnen de gegeven termijnen de memorie van grieven genomen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.320.235/01

arrest van 9 mei 2023

in de zaak van

Anker Bewind B.V. in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [appellante],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. R. Janssen te Helmond,

tegen

Stichting WoonInc,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.M. Pesman te Heerenveen,

op het bij exploot van dagvaarding van 8 november 2022 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 8 september 2022, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen appellante als gedaagde en geïntimeerde als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8937333 / CV EXPL 20-8806)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het tussenvonnis van 24 maart 2022.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Appellante heeft bij voormeld exploot geïntimeerde opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 20 december 2022, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.

2.2.

Nadat het hof de zaak geschikt heeft geacht voor een mondelinge behandeling na aanbrengen en partijen verzocht heeft zich hierover uit te laten, heeft appellante op de rol van 31 januari 2023 aangegeven dat zij een dergelijke zitting wenst, maar geïntimeerde heeft hiertegen bezwaar aangevoerd. De rolraadsheer heeft dit bezwaar gegrond geacht, waarna de zaak op de rol van 31 januari 2023 naar de rol van 14 maart 2023 is verwezen voor memorie van grieven.

Op die rol is aan appellante een nadere termijn gegeven voor het nemen van de memorie van grieven tot 11 april 2023, ambtshalve peremptoir.

2.3.

Op de rol van 11 april 2023 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van appellante om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.

2.4.

Nu appellante tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, kan zij in het hoger beroep niet worden ontvangen. Zij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep. Geïntimeerde heeft niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (art. 2.19 LPR).

2.5.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellante worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

3 De uitspraak

Het hof:

verklaart appellante niet ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;

veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van geïntimeerde op € 783,- aan griffierecht en op € 591,50 aan salaris advocaat (1/2 punt liquidatietarief II).

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 mei 2023.

griffier rolraadsheer