Burgerlijk procesrecht

niet-ontvankelijk, geen grieven

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29 april 2025

Zaakgegevens

Op 29 april 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29 april 2025
Datum publicatie
29 april 2025
Zaaknummer
200.349.184_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. I.M.C.A Reinders Folmer te Amsterdam, mr. J.B Maliepaard te Rotterdam
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:1229
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

niet-ontvankelijk, geen grieven

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.349.184/01

arrest van 29 april 2025

in de zaak van

Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als Dexia,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1 [geïntimeerde sub 1] ,

2. [geïntimeerde sub 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

hierna aan te duiden als [geïntimeerden] ,

advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 11 december 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 10 oktober 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, gewezen tussen Dexia als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en [geïntimeerden] als eisers in conventie, verweerders in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10795082 EL 23-11)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Dexia heeft bij voormeld exploot [geïntimeerden] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 14 januari 2025, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.

2.2.

Aan Dexia is een termijn en vervolgens uitstel, ambtshalve peremptoir, verleend voor het nemen van de memorie van grieven.

2.3.

Op de rol van 25 maart 2025 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van Dexia om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan [geïntimeerden] akte van niet-dienen verleend.

3 De beoordeling

3.1.

Dexia heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat Dexia niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. [geïntimeerden] hebben niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (artikel 2.21 LPR).

3.2.

Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.

4 De uitspraak

Het hof:

verklaart Dexia niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;

veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan deze uitspraak begroot op € 349,00 aan griffierecht en op € 607,00 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, P.P.M. Rousseau en E.H. Schulten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 april 2025.

griffier rolraadsheer