Burgerlijk procesrecht
-Vordering ex artikel 351 Rv. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis na…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 augustus 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:2177 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 augustus 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-2177
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2025
- Datum publicatie
- 5 augustus 2025
- Zaaknummer
- 200.347.722_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. T.G.G Raijmakers te Eindhoven, mr. S.M.E. Janssen te Helmond
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2177
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
-Vordering ex artikel 351 Rv. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis na afweging van de wederzijdse belangen toegewezen.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 31 juli 2024
ECLI:NL:RBOBR:2024:3536Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 juli 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:1918Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 augustus 2025deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2025:2177
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.347.722/01
arrest van 5 augustus 2025 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 8 juli 2025
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is tussen
1 [appellant] ,
2. [appellante],
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
eisers in het incident,
advocaat: mr. T.G.G. Raijmakers te Eindhoven,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. S.M.E. Janssen te Helmond.
1. Bij e-mail van 9 juli 2025 heeft mr. Raijmakers aan de griffier van het hof bericht dat het hem voorkomt dat het dictum van het arrest in het incident van 8 juli 2025 een kennelijke fout bevat. Volgens mr. Raijmakers blijkt uit de rechtsoverwegingen van het arrest dat de vordering in het incident wordt toegewezen, maar staat in het dictum - ten onrechte - vermeld dat de vordering wordt afgewezen. Mr. Raijmakers vraagt het dictum van het arrest op de voet van artikel 31 Rv te verbeteren.
2. Bij brief van 15 juli 2025 is mr. Janssen in de gelegenheid gesteld om zich namens haar cliënten schriftelijk over het verzoek uit te laten. Mr. Janssen heeft van die mogelijkheid binnen de gestelde termijn van veertien dagen geen gebruik gemaakt.
3. Het hof is van oordeel dat mr. Raijmakers terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een kennelijke fout. Uit de rechtsoverwegingen van het arrest, waaronder met name rechtsoverweging 3.10, blijkt onmiskenbaar dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis toewijsbaar is. In het dictum is dus ten onrechte vermeld dat het hof de vordering in het incident afwijst.
4. Vermeld arrest zal mitsdien op de volgende wijze worden verbeterd.
Het hof:
bepaalt dat in het dictum van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 8 juli 2025 de vermelding "wijst de vordering af" moet worden verbeterd en gewijzigd in: "wijst de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis toe";
bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 5 augustus 2025 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 8 juli 2025.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.H. Schulten, J.M.H. Schoenmakers en B.E.L.J.C. Verbunt en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 augustus 2025.
griffier rolraadsheer