Burgerlijk procesrecht
Niet-ontvankelijk, geen grieven.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 december 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:3699 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-3699
Zaakgegevens
Op 23 december 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 23 december 2025
- Datum publicatie
- 23 december 2025
- Zaaknummer
- 200.357.618_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H Knotter te 's-Hertogenbosch, mr. J Nederlof te Waalwijk
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3699
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk, geen grieven.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.357.618/01
arrest van 23 december 2025
in de zaak van
1 [appellant sub 1] ,
2. [appellante sub 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna aan te duiden als [appellanten] ,
advocaat: mr. H. Knotter te 's-Hertogenbosch,
tegen
Aannemersbedrijf [XX] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. J. Nederlof te Waalwijk,
op het bij exploot van dagvaarding van 17 juli 2025 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 14 mei 2025, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [appellanten] als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/375466 / HA ZA 21-722)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
[appellanten] heeft bij voormeld exploot [geïntimeerde] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 13 januari 2026, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld. Bij anticipatie-exploot van 28 juli 2025 heeft [geïntimeerde] aan [appellanten] aangezegd dat de roldatum wordt vervroegd en heeft zij [appellanten] opgeroepen te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van
5 augustus 2025.
Aan [appellanten] is een termijn en vervolgens uitstel, ambtshalve peremptoir, verleend voor het nemen van de memorie van grieven. Bij H8-formulier voor de rol van
11 november 2025 heeft [appellanten] aangegeven dat zij eenstemmig de procedure wil doorhalen. Vervolgens heeft [geïntimeerde] bij H14-formulier op diezelfde roldatum aangegeven dat voornoemd verzoek niet eenstemmig is en dat zij niet wenst dat de procedure wordt doorgehaald. Er is geen nader uitstel verleend.
Op de rol van 11 november 2025 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van [appellanten] om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.
3 De beoordeling
[appellanten] heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat [appellanten] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. [geïntimeerde] heeft niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (artikel 2.21 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de
gerechtshoven).
[appellanten] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
4 De uitspraak
Het hof:
verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt [appellanten] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak begroot op € 827,00 aan griffierecht, € 121,02 aan kosten anticipatie exploot en op € 607,00 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 december 2025.
griffier rolraadsheer