Civiel recht overig

Vordering in kort geding tot ontruiming huurwoning

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 maart 2019

Zaakgegevens

Op 5 maart 2019 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
5 maart 2019
Datum publicatie
5 maart 2019
Zaaknummer
200.250.871_01
Procedure
Hoger beroep kort geding
Advocaat
mr. J.M McKernan te Sittard, mr. M.P.H van Wezel te Utrecht
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:847
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering in kort geding tot ontruiming huurwoning

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 9 november 2018

    ECLI:NL:RBLIM:2018:10582
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2019:847

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 mei 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:1705
  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 juni 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:2019

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.250.871/01

arrest van 5 maart 2019

gewezen in het incident ex artikel 351 Rv

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

hierna aan te duiden als: [appellant] ,

advocaat: mr. J.M. McKernan te Sittard,

tegen

Stichting Woonpunt,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

hierna aan te duiden als: Woonpunt,

advocaat: mr. M.P.H. van Wezel te Utrecht,

op het bij exploot van dagvaarding van 3 december 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 9 november 2018, gewezen tussen [appellant] als gedaagde en Woonpunt als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7251623 CV EXPL 18-6167)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding in hoger beroep met grieven, tevens houdende incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis in eerste aanleg met producties;

  • de memorie van antwoord in het incident, tevens antwoord in de hoofdzaak met producties.

Het hof heeft een datum bepaald voor arrest in het incident.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

In het vonnis van de voorzieningenrechter van 9 november 2018 is [appellant] veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] , die hij sinds 23 augustus 2010 van Woonpunt huurt, te ontruimen en te verlaten met al hetgeen zich vanwege [appellant] daarin of daarop bevindt en al diegenen die zich daarin of daarop vanwege [appellant] bevinden, onder afgifte van de sleutels aan Woonpunt. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.2.

De vordering in het incident strekt tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 9 november 2018.

3.3.

In haar memorie van antwoord in het incident heeft Woonpunt medegedeeld dat de woning op 6 december 2018 is ontruimd. Volgens Woonpunt betekent dit dat [appellant] geen belang meer heeft bij de gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging.

3.4.

Alvorens een beslissing te nemen in het incident, zal het hof [appellant] in de gelegenheid stellen te reageren op de stelling van Woonpunt dat hij geen belang meer heeft bij een beslissing in het incident.

3.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

In de hoofdzaak

3.6.

[appellant] heeft op de rol van 19 februari 2019 pleidooi gevraagd. Op de dag van de uitspraak van dit arrest, 5 maart 2019, staat de zaak voor overleggen verhinderdata partijen (periode april t/m juli 2019) aan de zijde van appellant.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

verwijst de zaak naar de rol van 19 maart 2019 voor akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor in rechtsoverweging 3.4 vermelde doel, ambtshalve peremptoir;

houdt iedere verdere beslissing aan;

in de hoofdzaak:

verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol van vandaag voor overleggen verhinderdata partijen (periode april t/m juli 2019) aan de zijde van appellant;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, J.I.M.W. Bartelds en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 maart 2019.

griffier rolraadsheer