Civiel recht overig

Procesvertegenwoordiger appellant heeft zich onttrokken. Appellant heeft geen memorie van grieven genomen…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 april 2025

Zaakgegevens

Op 22 april 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22 april 2025
Datum publicatie
22 april 2025
Zaaknummer
200.347.145_01
Procedure
Hoger beroep kort geding
Advocaat
mr. C ten Böhmer te Veghel (onttrokken), mr. M.H.A.J. Klaren te 's-Hertogenbosch
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:1153
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Procesvertegenwoordiger appellant heeft zich onttrokken. Appellant heeft geen memorie van grieven genomen. Niet-ontvankelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.347.145/01

arrest van 22 april 2025

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. C. ten Böhmer te Veghel (onttrokken),

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.H.A.J. Klaren te 's-Hertogenbosch.

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 19 november 2024 in het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer 11189426 \ CV EXPL 24-3461 gewezen vonnis van 2 september 2024.

5 Het verloop van de procedure

5.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenarrest van 19 november 2024 waarbij het hof op 14 januari 2025 een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast. Deze mondelinge behandeling heeft niet plaatsgevonden, omdat de procesvertegenwoordiger van appellant zich had onttrokken.

De zaak is vervolgens naar de rol van 28 januari 2025 verwezen voor stellen procesvertegenwoordiger aan de zijde van appellant.

5.2.

Op die rol heeft zich geen nieuwe procesvertegenwoordiger gesteld, waarna de zaak vervolgens op de voet van artikel 6.2 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken gerechtshoven (LPR) is verwezen naar de rol van 11 februari 2025 voor het stellen van een nieuwe procesvertegenwoordiger en het nemen van de memorie van grieven, ambtshalve peremptoir.

5.3.

Op die rol heeft zich voor appellant geen nieuwe advocaat gesteld. Ingevolge artikel 6.4 van het LPR is daarmee het recht van appellant om van grieven te dienen vervallen.

5.4.

Geïntimeerde heeft vervolgens op de rol van 25 februari 2025 het hof verzocht om aan appellant akte niet-dienen te verlenen en arrest te wijzen.

6 De beoordeling

Appellant heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat hij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Appellant zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.

7 De uitspraak

Het hof:

verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde tot aan deze uitspraak begroot op € 349,- aan griffierecht en op € 607,- aan salaris advocaat (½ punt liquidatietarief II).

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 april 2025.

griffier rolraadsheer