Civiel recht overig

Hof Arnhem : 18-10-2004 LJN AU5876 HR : 01-02-2008 LJN BB6175 Hof ’s-Hertogenbosch Tussenuitspraak 1…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 december 2010

Zaakgegevens

Op 14 december 2010 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14 december 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
HD 200.019.504 T3
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. Ph.C.M van der Ven, mr. J.R.O Dantuma
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2010:BT2750
E-mail

Samenvatting

Hof Arnhem : 18-10-2004 LJN AU5876

HR : 01-02-2008 LJN BB6175

Hof ’s-Hertogenbosch Tussenuitspraak 1 : 16-02-2010 LJN BT2749

Hof ’s-Hertogenbosch Tussenuitspraak 2 : 15-06-2010 LJN BM8966

Arbeidsrecht

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 februari 2008

    ECLI:NL:HR:2008:BB6175
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 februari 2010

    ECLI:NL:GHSHE:2010:BT2749
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 juni 2010

    ECLI:NL:GHSHE:2010:BM8966
  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 december 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2010:BT2750

  5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 september 2011

    ECLI:NL:GHSHE:2011:BT2751

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.019.504

arrest van de achtste kamer van 14 december 2010

in de zaak van

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

AKZO NOBEL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.R.O. Dantuma,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 16 februari 2010 en 15 juni 2010 in het geding na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 1 februari 2008, waarbij is vernietigd het arrest van het gerechtshof Arnhem van 18 oktober 2005, gewezen onder nummer A04-01148, in het hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Arnhem van 16 augustus 2004, nummer 310487\CV EXPL 03-6074\EP/174/cl.

10. Het tussenarrest van 15 juni 2010

Bij gemeld tussenarrest heeft het hof een deskundigenonderzoek bevolen en is het voor de deskundige te betalen voorschot bepaald op een bedrag van € 3.600,= inclusief btw. Bepaald is voorts dat elk van partijen dit voorschot voor de helft diende te voldoen. De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht.

11. Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling

11.1. Beide partijen hebben ieder de helft van het hiervoor genoemde voorschot op de in het tussenarrest aangegeven wijze voldaan.

11.2. De deskundige heeft zijn rapportage en declaratie op 4 november 2010 ingediend. In de begeleidende brief d.d. 4 november 2010 heeft de deskundige aan de griffie van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren door hem was ingeschat. De deskundige stelt dat, na matiging van zijn uren, een aanvullend voorschot van € 398,40 inclusief btw toereikend zal zijn voor de totale bestede tijd.

11.3. De griffier van het hof heeft de door de deskundige ingediende declaratie op

5 november 2010 aan partijen toegezonden met het verzoek eventuele opmerkingen met betrekking tot deze declaratie binnen veertien dagen na laatst vermelde datum kenbaar te maken. Partijen hebben dienaangaande geen opmerkingen naar voren gebracht.

11.4. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

12. De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 398,40 inclusief btw;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd aanvullend voorschot van € 398,40, derhalve € 199,20, binnen 4 weken na heden zal overmaken naar rekeningnummer 56.99.90.572 ten name van Arrondissement 536 ’s-Hertogenbosch, onder vermelding van HD 200.019.504;

verwijst de zaak naar de rol van 28 december 2010 voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van appellant;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Venner-Lijten, Waaijers en Walsteijn en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 december 2010.