Civiel recht overig

Hoger beroep van tussenvonnis (artikel 355 Rv). Is sprake van een derdenbeding (artikel 6:253 BW) ?…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 september 2013

Zaakgegevens

Op 24 september 2013 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24 september 2013
Datum publicatie
24 september 2013
Zaaknummer
HD 200.115.672-01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. J.P van den Berg te Den Haag, mr. Ph. C.M. van der Ven te Den Bosch
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2013:4327
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep van tussenvonnis (artikel 355 Rv). Is sprake van een derdenbeding (artikel 6:253 BW) ? Bekrachtiging en terugverwijzing.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 september 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2013:4327

  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 december 2014

    ECLI:NL:GHSHE:2014:5178
  3. Conclusie A-G · 29 april 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:346
  4. Hoge Raad · 2 september 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2014

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer: 200.115.672 /01

Zaak-rolnummer rechtbank: 687612 CV EXPL 11-8031

Arrest d.d. 24 september 2013

in de zaak van

de vereniging Vereniging van Eigenaren van het Villapark [Villapark] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,

hierna te noemen: de VVE,

advocaat: mr. J.P. van den Berg te Den Haag,

tegen

[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden in principaal appel, appellanten in incidenteel appel,

hierna te noemen: [geïntimeerden],
advocaat: mr. Ph. C.M. van der Ven te Den Bosch.

Het geding

Bij exploot van 18 oktober 2012 is de VVE in hoger beroep gekomen van het vonnis van 18 juli 2012 dat de rechtbank Breda, sector kanton, tussen partijen heeft gewezen. Bij dit exploot (met producties) heeft de VVE tegen dat vonnis zeven grieven aangevoerd. Vervolgens heeft zij een conclusie van eis genomen. [geïntimeerden] hebben bij memorie van antwoord (met producties) de grieven bestreden. De memorie van antwoord bevat tevens een “akte van eis in reconventie en inbreng van producties”. Daarna hebben [geïntimeerden] nog een akte in conventie en in reconventie genomen en de VVE een antwoordakte. Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor arrest.

De beoordeling van het hoger beroep

1.

Het gaat hier om hoger beroep van een tussenvonnis, waarvoor de kantonrechter verlof heeft verleend. Het verlof betreft zowel de conventie als de reconventie.

2.

Op 8 januari 2013 hebben [geïntimeerden] een processtuk genomen met de titel Memorie van Antwoord, tevens Akte van eis in reconventie, tevens houdende akte inbreng van producties. Vervolgens hebben zij op 22 januari 2013 een akte in conventie en in reconventie genomen.

De VVE heeft op 19 februari 2013 een antwoordakte genomen. Dit is tot dusverre het laatste processtuk. Hierin stelt de VVE (sub 1) dat [geïntimeerden] bij memorie van antwoord geen incidenteel beroep hebben ingesteld en dat, ware dit wél geschied, zij gelegenheid had moeten krijgen om een memorie van antwoord in het incidentele appel te nemen. Die gelegenheid heeft zij echter niet gehad, zo voert zij aan. In deze antwoordakte gaat de VVE slechts in op de stellingen van de akte d.d. 22 januari 2013.

3.

Het hof is van oordeel dat het processtuk van 8 januari 2013 wel degelijk een incidenteel appel bevat. Het is gericht tegen enige in het vonnis opgenomen (eind)beslissingen in reconventie, waarin de kantonrechter aankondigt bepaalde vorderingen van [geïntimeerden] te zullen afwijzen. Het mondt uit in een petitum - met gewijzigde vorderingen - tot toewijzing daarvan.

4.

De VVE heeft inderdaad onvoldoende gelegenheid gekregen een memorie van antwoord in incidenteel appel te nemen. Die gelegenheid behoort haar alsnog te worden geboden, mede omdat zij blijkbaar op het verkeerde been is gezet door de naamgeving van het processtuk van 8 januari 2013.

Daartoe zal de zaak naar de rol worden verwezen. Verdere memories en/of aktes zullen in dit stadium niet worden toegestaan.




Beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de roldatum van 5 november 2013 voor het door de VVE nemen van een memorie van antwoord in incidenteel appel,

verstaat dat in dit stadium van het proces geen verdere memories of aktes zullen worden toegestaan,

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.J. van Sandick, H. Warnink en R.F. Groos en is uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van 24 september 2013 in aanwezigheid van de griffier.