Civiel recht overig
tijdige betaling griffierechten
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 juni 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:1742 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2014-1742
Zaakgegevens
Op 10 juni 2014 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 10 juni 2014
- Datum publicatie
- 10 juni 2014
- Zaaknummer
- HD 200.142.690_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.W.C Vranken te Heerlen, mr. M.H.J.M Stassen te Valkenburg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2014:1742
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
tijdige betaling griffierechten
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 juni 2014deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2014:1742
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 maart 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:641
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.142.690/01
arrest van 10 juni 2014
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. R.W.C. Vranken te Heerlen,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen te Valkenburg,
op het bij exploot van dagvaarding van 21 oktober 2013 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, gewezen vonnis van 28 augustus 2013 tussen appellante als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en geïntimeerde als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/170326/HA ZA 12-142)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Appellante heeft bij voormeld exploot geïntimeerde opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 maart 2014.
Appellante heeft de zaak aangebracht ter rolzitting van 4 maart 2014. Ieder van partijen heeft een advocaat doen stellen.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen vier weken na aanbrengen, derhalve uiterlijk op 1 april 2014 te voldoen. Op 8 april 2014 stond in ReIS vermeld dat appellante het griffierecht niet (tijdig) heeft voldaan.
Appellante en geïntimeerde hebben een akte genomen.
Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen. Appellante heeft daartoe de gedingstukken overgelegd.
3 De beoordeling
Op grond van artikel 3 lid 1 jo. 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) en artikel 353 jo. 127a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) dient de rechter in beginsel ontslag van instantie uit te spreken indien de appellant het door hem verschuldigde griffierecht niet of niet tijdig (binnen vier weken na de eerste uitroeping van de zaak) heeft voldaan. Alleen in de bij wet voorziene situatie dat toepassing van de sanctie, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, mag de rechter afzien van het toepassen van de sanctie van ontslag van instantie (art. 127a lid 3 Rv.).
Appellante stelt dat zij wel tijdig de griffierechten heeft voldaan, namelijk op 31 maart 2014 en onderbouwt dit met een uitdraai van internetbankieren.
Het is het hof thans gebleken dat appellante de griffierechten tijdig heeft voldaan. Bij navraag bij het LDCR bleek dat zij een grote achterstand in de verwerking van betaalde griffierechten had. Dit had in het onderhavige geval tot gevolg dat op 8 april 2014 in ReIS vermeld stond dat appellante de griffierechten niet had voldaan.
Nu appellante het griffierecht tijdig heeft voldaan, zal de procedure worden voortgezet. Het hof ziet het hof aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling of de doorwijzing naar mediation. Voorts kan de comparitie worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. Het hof verwijst voor nadere algemene informatie over de comparitie naar www.rechtspraak.nl (deelsite Gerechtshof 's-Hertogenbosch, onder “Regels en procedures”).
De geplande duur van de zitting is anderhalf uur. Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon, als het om een rechtspersoon gaat deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is, op 11 juli 2014 om 14.00 uur zullen verschijnen voor mr. N.J.M. van Etten als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch, met de hiervoor onder 3.4 vermelde doeleinden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 juni 2014.