Civiel recht overig

Bewind over ver vermogen van minderjarige door voogd. Rekening en verantwoording. Welke kosten mogen ten…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 maart 2014

Zaakgegevens

Op 18 maart 2014 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18 maart 2014
Datum publicatie
18 maart 2014
Zaaknummer
HD 200.097.486_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. G.A.M.F Spera te Heerlen, mr. R.M.W.H Bedaux te Maastricht
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2014:742
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bewind over ver vermogen van minderjarige door voogd. Rekening en verantwoording. Welke kosten mogen ten laste van het vermogen van de minderjarige worden gebracht?

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 januari 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:963
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 juli 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:2738
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 maart 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2014:742

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 januari 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:108

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.097.486/01

arrest van 18 maart 2014

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

verder te noemen: [appellante] ,

advocaat: mr. G.A.M.F. Spera te Heerlen,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

verder te noemen: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. R.M.W.H. Bedaux te Maastricht,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 3 januari 2012, 29 januari 2013 en 2 juli 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht onder zaak-/rolnummer 160.004/ HA ZA 11-299 tussen partijen gewezen vonnis van 7 september 2011.

14 Het tussenarrest van 2 juli 2013

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door ir. drs. P.A. van Steensel. Verder is bepaald dat het voorschot van € 6.500,00 voorlopig ten laste van partijen komt, derhalve ieder € 3.250,00. De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

15 Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling

Appellante en geïntimeerde hebben op respectievelijk 9 september 2013 en 17 september 2013 het voorschot van € 3.250,00 op de aangegeven wijze voldaan.

De deskundige heeft bij brief van 18 februari 2014 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige stelt dat hij thans een goed zicht heeft op de nog te verrichten werkzaamheden en de bijbehorende tijdsbesteding en verwacht dat een aanvullend voorschot van € 5.700,00 toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen.

Op 20 februari 2014 heeft de griffier van het hof de brief van 18 februari 2014, waarin de deskundige een aanvullend voorschot vraagt, doorgezonden aan de advocaten van partijen en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.

Mr. Spera heeft bij H-formulier van 25 februari 2014 gereageerd en mr. Bedaux bij

H-formulier van 5 maart 2014.

Partijen hebben aangegeven dat zij betreffende de verhoging van het voorschot voor de deskundige zich aan het oordeel van het hof zullen refereren.

Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

16 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 5.700,00 inclusief btw;

bepaalt dat elk van partijen de helft van genoemd aanvullend voorschot van € 5.700,00, derhalve € 2.850,00, binnen 2 weken na heden zal overmaken naar rekeningnummer NL53RBOS0569990572 ten name van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, onder vermelding van zaaknummer HD 200.097.486/01;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op twee maanden na dit arrest;

verwijst de zaak naar de rol van 20 mei 2014 in afwachting van het deskundigenbericht;

na ontvangst van het deskundigenbericht zal de zaak worden verwezen naar een rol voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [appellante] .

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, N.J.M. van Etten en

G.J. Vossestein en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 maart 2014.