Civiel recht overig
Verzoek tot verbetering ex. art. 31 Rv. Geen kennelijke fout.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 januari 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:195 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 januari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2015-195
Zaakgegevens
Op 27 januari 2015 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 27 januari 2015
- Datum publicatie
- 27 januari 2015
- Zaaknummer
- HD 200.149.623_01 H
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.H.T Beukers te Venlo, mr. P.S. Jonker te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2015:195
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot verbetering ex. art. 31 Rv. Geen kennelijke fout.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200149623/01
arrest van 27 januari 2015 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 23 december 2014
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen
Motel E3 [vestigingsnaam] Exploitatie B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als Motel E3,
advocaat: mr. H.H.T. Beukers te Venlo,
tegen:
[hotel] Hotel [vestigingsnaam] [vestigingsnaam] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [hotel],
advocaat: mr. P.S. Jonker te Rotterdam.
1. Bij brief van 2 januari 2015 heeft mr. Jonker aan de griffier van het hof bericht dat in r.o. 3.7 van het arrest van 23 december 2014 ten onrechte is overwogen dat [hotel] geen bedrag aan proceskosten heeft genoemd en geen specificatie van die kosten heeft overgelegd. Volgens mr. Jonker is bij brief van 11 november 2014 als productie 25 een kostenoverzicht aan het hof toegezonden. Deze stukken, alsmede het in dit verband gebruikte H12-formulier zijn als bijlagen gevoegd bij voornoemde brief van mr. Jonker van 2 januari 2015. Daarbij bevindt zich tevens een print van een e-mailbericht van een kantoorgenoot van mr. Jonker aan mr. Beukers d.d. 11 november 2014, bij welk e-mailbericht kennelijk het kostenoverzicht (prod. 25) aan mr. Beukers is toegezonden. Bij brief van 5 januari 2015 heeft mr. Jonker een afschrift van genoemd H12 formulier met daarop het stempel van de griffie van het hof aan het hof toegezonden.
Volgens mr. Jonker is het feit dat niet de volledige, in prod. 25 gespecificeerde kosten in het dictum van het arrest van 23 december 2014 zijn toegewezen een kennelijke fout in de zin van art. 31 Rv. Op die grond verzoekt mr. Jonker herstel van het arrest van 23 december 2014, uitsluitend voor wat betreft de bepaling van de proceskosten waarin Motel E3 in hoger beroep is veroordeeld.
2. Bij brief van 12 januari 2015 is mr. Beukers in de gelegenheid gesteld namens zijn cliënte zijn mening hierover aan het hof kenbaar te maken.
3. Bij brief van 14 januari 2015 heeft mr. Beukers het hof en mr. Jonker bericht dat de door mr. Jonker verzochte wijziging van het dictum geen kennelijke fout als bedoeld in art. 31 Rv. betreft. Volgens mr. Beukers is in dit geval zeker voor derden niet duidelijk dat in het dictum sprake zou zijn van een vergissing. Bovendien is de kostenspecificatie niet door het hof beoordeeld, zodat de verzochte verbetering alsnog een inhoudelijke beoordeling door het hof zou inhouden. Dat is geen “eenvoudig” te herstellen fout, aldus mr. Beukers.
4. Het hof is van oordeel dat mr. Beukers terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een kennelijke fout als bedoeld in art. 31 Rv. Daartoe overweegt het hof als volgt.
Enkel kennelijke fouten die zich bovendien lenen voor eenvoudig herstel kunnen op de voet van art. 31 Rv. worden verbeterd. Voor partijen en derden moet direct duidelijk zijn dat van een vergissing sprake is.
Reeds hierop stuit het verzoek af. In het lichaam van het arrest (r.o. 3.7) is immers overwogen dat niet ex. art. 1019h Rv. de volledige kosten, maar de kosten conform het liquidatietarief zullen worden toegewezen. Vervolgens zijn die geliquideerde kosten in het dictum toegewezen. Aldus is in ieder geval voor derden niet direct kenbaar dat sprake zou zijn van een vergissing. Dat mr. Beukers tijdens het pleidooi de in prod. 25 opgenomen kostenspecificatie niet heeft betwist, zoals mr. Jonker heeft betoogd, maakt het vorenstaande niet anders.
Het verzoek zal worden afgewezen.
In dit geval ziet het hof aanleiding voorts nog het volgende op te merken.
Ten tijde van het pleidooi en bij beraadslaging daarna beschikte de behandelende kamer van het hof niet over de, naar nu blijkt, als prod. 25 overgelegde kostenspecificatie. Blijkens het stempel op het H12 formulier is deze productie op 12 november 2014 bij de griffie binnengekomen. Het pleidooi vond op 13 november 2014 plaats. De voorzitter van de meervoudige kamer heeft aan het begin van de zitting aan de orde gesteld welke stukken waren nagekomen. Dat betrof de producties 21 tot en met 24 van Motel E3 en 16 tot en met 24 van [hotel]. Die stukken zijn toen aan de gedingstukken toegevoegd. In de door de griffier gemaakte aantekeningen van het pleidooi alsmede in het arrest van 23 december 2014 is daarvan melding gemaakt. Mr. Jonkers heeft tijdens het pleidooi niet kenbaar gemaakt dat ook nog een productie 25 aan het hof was toegezonden.
De behandelende kamer van het hof heeft pas voor het eerst kennis genomen van die productie na ontvangst van het onderhavige verzoek ex art. 31 Rv.
5. Het hof:
wijst het verzoek af.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Wabeke, J.P. de Haan en H. Struik en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 januari 2015.
griffier rolraadsheer