Civiel recht overig
Exoneratie, relativiteit ...
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 februari 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:305 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2015-305
Zaakgegevens
Op 3 februari 2015 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 3 februari 2015
- Datum publicatie
- 3 februari 2015
- Zaaknummer
- HD 200.070.892_01 en HD 200.074.641_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.A Bravenboer, mr. Ph.C.M van der Ven, mr. Ph.C.M van der Ven, mr. drs. H.J.S.M Langbroek
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2015:305
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Exoneratie, relativiteit ...
Procesgang
Rechtbank Breda · 18 april 2007
ECLI:NL:RBBRE:2007:BB6770Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 oktober 2010
ECLI:NL:GHSHE:2010:5062Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 juni 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:2933Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 december 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:5064Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 februari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2015:305
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 maart 2016
ECLI:NL:PHR:2016:144Hoge Raad · 24 juni 2016
ECLI:NL:HR:2016:1280(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
arrest van 3 februari 2015
in de zaken van:
zaaknummer HD.200.070.892:
[appellant] , h.o.d.n. Teken- en Adviesbureau "Tekholl",
zaakdoende te [zaaksplaats] ,
principaal appellant,
incidenteel geïntimeerde
advocaat: mr. H.A. Bravenboer,
tegen:
Veka Scheepsbouw B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
principaal geïntimeerde,
incidenteel appellante,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,
en
zaaknummer HD.200.074.641
Veka Scheepsbouw B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,
tegen:
Staat der Nederlanden
(Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Inspectie Verkeer en Waterstaat, Toezichteenheid Scheepvaart, voorheen Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Scheepvaart),
gevestigd te Den Haag,
geïntimeerde,
advocaat: mr. drs. H.J.S.M. Langbroek,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 2 december 2014 op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda onder nummer 157591/HA ZA 06-387 gewezen vonnis van 23 juni 2010.
14 Het arrest van 2 december 2014
In de zaak onder zaaknr. HD 200.070.892/01:
Bij genoemd arrest heeft het hof onder meer geoordeeld dat het door Tekholl gedaan beroep op het in de tweede volzin van art. 13 lid 1 van de Metaalunievoorwaarden besloten liggende exoneratiebeding diende te worden verworpen.
Omtrent andere onderdelen van het exoneratiebeding en omtrent de verweten tekortkomingen is nog geen eindbeslissing gegeven. Het hof heeft een deskundigenonderzoek in het vooruitzicht gesteld.
In de zaak onder zaaknr. HD 200.074.641/01:
Hierin speelde in het bijzonder een relativiteitsverweer dat door het hof grotendeels is gehonoreerd. Het hof liet evenwel de mogelijkheid open dat desondanks onder omstandigheden de Staat daarop geen beroep zou kunnen doen en breidde daarom het in de andere zaak te gelasten deskundigenonderzoek met enkele vragen uit.
15 Het verzoek
Bij brief van de advocaat van Tekholl van 6 januari 2015, welke brief in het ongerede is geraakt doch andermaal is ingezonden met een begeleidend schrijven van 15 januari 2015, ingekomen ter griffie van het hof op 16 januari 2015, heeft Tekholl het hof verzocht de uitspraak van 2 december 2014 in de zaak onder zaaknr. HD 200.070.892/01 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie. Zij stelt het niet eens te zijn met de hiervoor weergegeven beslissing en wenst daaromtrent duidelijkheid te krijgen voordat uitvoering wordt gegeven aan het tussenarrest, waarbij het deskundigenonderzoek in het vooruitzicht werd gesteld.
De wederpartij, Veka, heeft haar standpunt niet bekend gemaakt.
Wel heeft de Staat, partij in de zaak onder zaaknr. HD 200.074.641, zich bij brief van zijn advocaat van 13 januari 2015 eveneens – om andere redenen – op het standpunt gesteld dat het deskundigenbericht niet, althans niet in de zaak waarin zij als partij betrokken is, dient te worden gelast. Overigens geeft de Staat daarbij zelf aan zich ervan bewust te zijn dat dit standpunt naar voren gebracht dient te worden bij akte, doch dat het te verwachten valt dat die akte eerst over jaren genomen zal kunnen worden.
16 De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 2 december 2014, en daarmee de op 20 maart 2012 en 18 juni 2013 gewezen tussenarresten.
Het hof heeft voorts de visie van de Staat voor kennisgeving aangenomen. Deze behoeft thans nog geen beoordeling.
17 De beslissing
Het hof:
In de zaak onder zaaknr. HD 200.070.892/01:
Bepaalt dat tegen het arrest van 2 december 2014 – en daarmee tegen de arresten van 18 juni 2013 en 20 maart 2012 - tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
In de zaak onder zaaknr. HD 200.074.641/01:
Houdt de beslissing aan, totdat op het beroep in cassatie in de zaak onder zaaknr. HD 200.070.892/01 is beslist.
Dit arrest is gewezen door mrs. mrs. J.M. Brandenburg, H.A.W. Vermeulen en R.R.M. de Moor en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 februari 2015.